Een recordbedrag trok Feyenoord voor hem uit in 1997: tien miljoen gulden kostte Julio Ricardo Cruz, de Argentijnse spits van River Plate. De  lange, 22-jarige slungel schoot echter bepaald niet uit de startblokken in Rotterdam. 

De taal, het eten, het weer, de directheid van zijn medespelers; niets beviel hem en iedereen mocht dat zien.

Voor aanvang van trainingen (soms tijdens) lag Cruz vaak languit in het gras. Zijn zwarte, steile haar glom terwijl hij ogenschijnlijk verveeld zwakkere sprietjes één voor één uit de grond trok. Zuchtend liet hij ze meevoeren door de wind, met zijn grote, donkere Cleopatra ogen keek hij ze na, meewarige blikken van ploeggenoten negerend.

'Een luipaard', vond ik hem. 'Een raspaard', verbeterde voorzitter Jorien van den Herik. 'Een lui raspaard', concludeerde aanvoerder Jean-Paul van Gastel na een mislukt eerste halfjaar namens zijn medespelers.

Terreinknecht

De spits leek zijn bijnaam, El Jardinero (de tuinman) eer aan te doen, het leek meestal alsof hij per ongeluk op het wedstrijdformulier was beland, zoals zijn voetbalcarrière begon. Hij was terreinknecht bij Banfield toen de coach spelers tekort kwam voor een oefenwedstrijd en hem op het wedstrijdformulier zette.

Cruz’ eerzucht en Norma, de Latijnse moeder aller Feyenoordspelers, hielden hem op de been, zijn vernietigende zwijgzaamheid liet hem overleven in een vrij harde groep, met naast Van Gastel types als Paul Bosvelt en Henk Fräser.

Hoe het kan, niemand die het begreep, maar de spits zonder sterke punten had na drie jaar 45 competitiedoelpunten namens Feyenoord gemaakt en gezorgd voor een aantal memorabele momenten.

De Champions League-goals tegen Juventus op 26 november 1997 bijvoorbeeld, die de Kuip op zijn grondvesten deden trillen. Het immer geplaagde Feyenoord zou die avond waarschijnlijk klop krijgen van de Italiaanse grootmacht die een jaar eerder Ajax over de knie had gelegd in de CL-finale, maar de Rotterdammers wonnen met 2-0, dankzij twee doelpunten van de tuinman.

Aristocraat

Kort daarop gaf Cruz een interview. Er moest wel een tolk bij, 'want ik spreek geen Nederlands', vertelde hij in keurig Nederlands. Vilein haalde hij in mijn Nieuwe Revu-artikel uit naar medespelers en clubleiding die hem niet genoeg steunden, die het beeld van een luie speler naar zijn zin teveel in stand hielden. Julio Ricardo Cruz kwam over als een zwijgzame aristocraat, hij liet niet met zijn cojones spelen.

Feyenoord werd kampioen in 1999, een jaar later nam Cruz afscheid van de Feyenoordfans die zich nog steeds vertwijfeld afvragen naar wie ze nou eigenlijk drie jaar lang hebben zitten te kijken.

Cruz vertrok naar Italië. Drie jaar Bologna, jaartje Lazio en daartussenin zes jaar Internazionale, waarvoor hij veelal als tevreden pinchhitter op het wedstrijdformulier belandde. En 49 competitiedoelpunten maakte. En waarmee hij viermaal de scudetto won. Oh ja, 21 interlands (vier goals) voor Argentinië.

Merkwaardige man.

Grote vriend

In 2007 speelde Inter in de groepsfase van de Champions League tegen PSV. Cruz stond in Eindhoven in de basis. Toen ik keek hoe laat het was, maakte hij het enige doelpunt van de wedstrijd, nadat ik met mijn ogen knipperde, zat hij alweer op de bank.

In Milaan won Inter met 2-0, Cruz speelde niet. Na afloop van die wedstrijd, in de catacomben, voelde ik een zachte hand op mijn schouder en draaide me om. Melancholische tango-ogen.

"Grote vriend", sprak Cruz lijzig, "hoe is het?" Ik knikte. "Mooi", zei hij, "zie je Paul en JP nog wel eens? Norma?" Ik knikte nogmaals en vroeg of hij al lang Nederlands sprak. "Natoerlijk", zei hij, ‘ik ben een slimme joenge.’ Terwijl hij wegliep: "Doe ze de groeten, ciao." Drie jaar later beëindigde hij zijn carrière.

Ik was hem bijna vergeten toen zijn naam vorige week opdook in een AD-bericht. Julio Cruz wil ooit trainer worden, maar eerst burgemeester van de Argentijnse stad Lomas de Zamora. Zodat mensen daar betere leefomstandigheden krijgen. Daarom ook, voert hij in de buitenwijken van Buenos Aires campagne voor de PRO-partij van presidentskandidaat Mauricio Macri.

Het zou mooi zijn als Ahmed Aboutaleb zijn toekomstige collega eens uitnodigt voor een werkbezoekje aan het stadhuis van Rotterdam. In mei of zo. Met gelegenheid tot een kleine reünie aan De Coolsingel, met Van Gastel, Bosvelt, Van den Herik en Norma. En misschien nog driehonderdduizend andere Feyenoorders die er toen ook bij waren.

Remco Regterschot is ook te volgen via Twitter: @remregterschot