Harry Kane, kind van Spurs, glorieerde tegen Chelsea. Hopelijk was het een voorbode: de start van een tegenoffensief door het ‘oude voetbal’.

Van alle Engelse voetbaltradities zijn de competitieprogramma’s op Boxing Day en Nieuwjaarsdag misschien wel de fijnste. Voetbalsjaal om en met je katerige harses de tribune op. ‘Pint’ tegen de koppijn, beker bovril tegen de misselijkheid en gierende winterwind die als een schuurspons de aangekoekte kerstverveling uit je hersenpan schraapt.

En dan Spurs – Chelsea voorgeschoteld krijgen. 5-3. Evert ten Napel zou zeggen: alles erop en eraan, dit had Hitchcock niet kunnen bedenken, een tien met een griffel. Wassen, knippen, watergolven.

De gehate geldfabriek Chelsea in een stadsderby omver gevoetbald door een 21-jarige knaap uit de opleiding van Spurs, goed voor twee goals en een strafschop. Niet dat Spurs een armlastig opleidingsinstituut is, maar toch.

Harry Kane dus. We komen straks bij hem terug.

Voetbalemigratie

Bijna elke voetbalzondag voltrekt zich vanuit Engeland een curieus soort mini-exodus. Voetbalemigratie naar Nederland. Het legertje is niet groot, maar ze kennen elkaars namen en gezichten: het plukje Engelsen dat zijn hart verpand heeft aan een Nederlandse vereniging.

Groepje naar Ajax, plukje naar Feyenoord, maar ik ken ook een Engelse Spartaan en weet dat er Engelse supporters van ADO Den Haag en FC Utrecht bestaan. Ze treffen elkaar soms, zondagochtend, op Gatwick, Stansted of Schiphol.

Twee van hen, Ajacied Steve Mundin en Feyenoorder Tony Marsden, mochten een jaar of vijftien geleden op tv opdraven om Jack Spijkerman uit te leggen hoe dat precies zat. Hoe komt een Brit zo lijp om vanuit het voetbalwalhalla een keer of vijftien per seizoen naar Nederland te vliegen voor een potje eredivisievoetbal?

Met een biertje in de hand kunnen ze je, nog veel beter dan destijds aan Jack Spijkerman, uitleggen wat ze beweegt.

Bij Ajax en Feyenoord draait niet alles om buitenlandse mega-aankopen. Jeugdspelers krijgen er kansen in het eerste team en een beetje extra krediet van het publiek.

Dagjesmensen

Bij Nederlandse clubs kun je, als vaste Engelse bezoeker, nog vrienden maken. Dat is in Engeland nauwelijks nog mogelijk: de grote clubs zijn overgeleverd aan dagjesmensen. Zelfs seizoenkaarten hebben er (vanwege de prijs) vaak geen vaste houder meer: ze circuleren binnen een familie, bedrijf of vriendengroep. Supporters kennen elkaar niet meer.

Dure hobby? Ja, allicht, maar alles is relatief: een seizoenkaart voor een Premier League-club is niet veel goedkoper dan een seizoenkaart voor Ajax of Feyenoord plus een stuk of tien EasyJet-vluchten.

Typerend: Ajacied Steve steunt geen Engelse club. Van de Premier League heeft hij zich afgewend. Feyenoorder Tony is van AFC Wimbledon, de ‘fan owned’ doorstart van het door de commercie vermoorde Wimbledon FC. Aan de Premier League heeft hij een hekel.

Het is nogal verhelderend om Steve of Tony te horen vertellen. Dan ga je weer iets meer houden van onze eredivisie, hoe slecht en kinderlijk er vaak ook in gevoetbald wordt. De Engelse Premier League spreekt tot de verbeelding, maar is beslist de meest verziekte Europese topdivisie, tot op het bot aangevreten door ‘modern football’.

Sjoelschijf

Terug naar Harry Kane.

Hij zat er magistraal in, die 1-1 tegen Chelsea. Dribbel naar binnen, vanaf links, langs verschillende blauwe Chelsea-benen, en dan dat schot, laag in de hoek. De bal paste volmaakt tussen de paal en de reikende vingertoppen van de keeper, zoals een sjoelschijf soms vredig in zijn vakje glijdt zonder het poortje te raken.

Harry Kane is een Spurs-jongen die de hele jeugdopleiding van White Hart Lane doorliep. Hij komt uit Chingford, Noord Londen, niet ver van Seven Sisters. De grond van Leyton Orient en Spurs.

Zijn naam klinkt als een songtitel van The Kinks. Met een beetje goede wil was zijn galavoorstelling tegen Chelsea, op 1 januari, de eerste fluim van 2015 in het smoelwerk van het moderne voetbal. Een welgemikte trap in het scrotum van de Premier League. “Pak aan. Met je Russische oliepoen. Ik ben van híer.”

Dat het maar een voorbode mag blijken van wat voetbaljaar 2015 brengen zal.