En toen rolde de bal zomaar ineens voor de voeten van een Ajacied. Het was de 83e minuut, het stond nog 0-0, en Ajax had de hele wedstrijd amper een kans gehad. Hij móest erin.

Als het Lasse Schöne of Davy Klaassen was geweest, dan had je ‘m al kunnen tellen voordat hij schoot.

Als het Kishna of El Ghazi was geweest ook. Veltman, Serero, Moisander, Riedewald, Milik, Cillessen – eigenlijk maakte het niet uit. Als het Mike van der Hoorn maar niet was.

Maar het was wél Mike van der Hoorn.

Je kon al uittekenen wat er ging gebeuren. Mike zou die bal het stadion uitkegelen. En anders zou hij wel in de grond trappen of over zijn veters struikelen. En in de daaropvolgende counter zou Mike zijn mannetje laten lopen, en zou Excelsior de winnende maken.

Het kon niet anders. Sinds Mike in een Ajax-shirt speelt is zijn loopbaan een opeenvolging van miskleunen, fouten en flaters.

Eigen doel

Hoe Mike bij Ajax terecht is gekomen weet hij zelf ook niet. Het ene moment kopte hij ballen weg uit het strafschopgebied van Utrecht, het volgende was hij vier miljoen waard en speelde hij bij Ajax. Mike was overal een stap te laat. Hij veroorzaakte strafschoppen en klutste ballen in eigen doel; zodra hij inviel crashte het aandeel Ajax.

Iedere stap werd plotseling uitvergroot, iedereen had een mening over hem. Pratende hoofden op tv zaagden hem bij zijn enkels af, supporters begonnen te fluiten zodra hij zijn trainingspak uittrok, zijn trainer trok zijn wenkbrauwen bij iedere fout nog verder over zijn ogen en niemand van de jochies op het trapveldje om de hoek wilde Mike van der Hoorn zijn.

Mike is zomaar een voetballer die plotseling niet langer zomaar een voetballer mag zijn. Ballen blind de tribune in schieten is niet meer genoeg: Mike moet tegenwoordig ook nog kunnen kappen, draaien, inpassen met de juiste snelheid, ruimtes verdedigen, knijpen, kantelen, druk zetten en niet in de war raken van het moeilijke haar van zijn ploeggenoten.

Mike in een Ajax-shirt – het klopt niet. Het is als oliebollen met Pasen. Als Gerard Joling tussen de Beatles. Als Job Cohen voor een roze plopkap. Als Barbie en Sterretje bij het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Als een houtjetouwtjewielrenner tussen de columnisten op NUsport.

Stumpers

Laten we wel wezen: we herkennen allemaal iets van onszelf in Mike. Mike bij Ajax is onze eerste dag op de middelbare school. Mike bij Ajax is je rammelende jaarcijfers presenteren aan de directie van het bedrijf. Mike is de doorsnee supporter die droomt dat hij van de tribune wordt gehaald voor een invalbeurt – en daarna wakker wordt midden in het veld, omringd door veel te goeie voetballers.

Die kans in de 83e minuut was niet alleen voor Mike. Hij lag voor de voeten van ons allemaal, stumpers met twee linkervoeten in de modder. Het was het moment om alle Mike van der Hoorns heel even te laten vliegen. Om iedere doodgewone schlemiel weer een klein beetje hoop te geven.

En verdraaid, hij schoot ‘m erin. Daar kunnen wij de rest van het jaar op teren als we iets moeten doen wat we eigenlijk niet kunnen. Of je nu een spreekbeurt moet houden terwijl je stottert, of indruk moet maken op je schoonouders tijdens het kerstdiner – denk aan Mike en aan die bal die ineens voor zijn voeten rolde.

Heel misschien lukt het wel.

*Auteur Thijs Zonneveld is een ex-wielrenner. Hij werkt als sportverslaggever bij het AD en schrijft daarnaast columns voor NUsport.nl.*