Real Madrid heeft zaterdagavond voor de vierde keer in de historie de wereldbeker voor clubteams in de wacht gesleept. De ploeg van Carlo Ancelotti was in Marrakech met 2-0 te sterk voor San Lorenzo.

Sergio Ramos opende na 37 minuten spelen de score tegen de Argentijnse winnaar van de Copa Libertadores. Gareth Bale maakte er vijf minuten na rust 2-0 van in Marokko.

Real gaf de zege daarna niet meer weg. Opvallend genoeg scoorde sterspeler Cristiano Ronaldo niet tijdens het toernooi, dat voor Real maar uit twee wedstrijden bestond. De Portugees was in veertien wedstrijden in de competitie al 25 keer trefzeker.

Real Madrid, dat vorig seizoen de Champions League won ten koste van stadsgenoot Atletico Madrid, plaatste zich voor de eindstrijd door Cruz Azul in de halve finale met 4-0 te verslaan.

De 'Koninklijke' wist de wereldbeker ook in 1960, 1998 en 2002 te veroveren. Bayern München won de vorige editie door met 2-0 te winnen van Raja Casablanca.

De winst in de finale betekende voor Real de 22e zege op rij in alle competities. In de Primera Division staat Real bovenaan met één punt voorsprong op FC Barcelona. De ploeg uit de hoofdstad heeft bovendien een wedstrijd minder gespeeld.

Brons

Het Nieuw-Zeelandse Auckland City stelde eerder op zaterdag het brons veilig, zij het met moeite.

Strafschoppen moesten er aan te pas komen om een winnaar te bepalen in het duel met Cruz Azul, dat in de reguliere speeltijd eindigde in 1-1. De strafschoppenreeks werd door Auckland met 4-2 gewonnen.

Real Madrid-verdediger Ramos, die in de halve finale ook al de openingstreffer maakte, werd gekozen tot beste speler van het toernooi.