Op Duitsers valt al een jaar of zeventig steeds minder aan te merken. Oké, in dit jaargetijde staat er op elke straathoek zo'n weeë Weihnachtsmarkt opgesteld, maar als je de glühwein en de geurkaarsjes even wegdenkt en je je verplaatst naar een stadion, gaat het voetbalhart al rap sneller kloppen.

In het land van de wereldkampioen is het bijvoorbeeld doodnormaal dat je staand een wedstrijd volgt, al zingend en springend, een potje bier en een peuk onder handbereik. Of je nu met z'n vijfentwintigduizenden tegelijk op Die Gelbe Wand bij Borussia Dortmund staat te hossen of ergens alleen op een driehoogachter-tribune bij Wormatia Worms, daar doen ze bij onze oosterburen helemaal niet moeilijk over.

Op een koude zondag dompel ik me met vier vrienden onder in de zwarte zee van anarchisten, krakers, punkers en andere antiglobalistische hapsnurkers die tijdens thuisduels van Sankt Pauli de twee staantribunes bevolken van de grootste cultclub van Duitsland, non-established since 1910, zoals ze het zelf omschrijven.

De hoekvlaggen met de kenmerkende Jolly Roger doodshoofden wapperen flink in de snijdende kou, maar de lage temperaturen lijken geen vat te krijgen op de fans op de Süd Tribune achter het doel, mede in de hand gewerkt door het bedwelmende aroma van bier, wiet en haar dat veel te lang niet in aanraking is gekomen met shampoo.

Verder wordt er hard gesprongen en meegezongen met liedjes die niet bedoeld zijn om de tegenstander of de moeder van de scheidsrechter te beledigen, maar enkel en alleen dienen ter ondersteuning van de eigen manschappen. Bij de opkomst van beide elftallen klinkt al sinds jaar en dag Hells Bells van AC/DC uit de speaker, elke goal van de thuisclub wordt al even lang begeleid door Song 2 van Blur.

Piratenfamilie

Rebels zijn ze misschien wel in naam, maar niet in gedrag. In Duitsland zou geen enkele fan, zelfs niet de meest gedegenereerde, het in z'n hoofd halen om tegen de spelersbus van de tegenstander te urineren, zoals zondag in Den Haag gebeurde. Uit- en thuisfans lopen gewoon door elkaar heen, niet zelden staat er vlak bij de hoofdingang van de bezoekers een caravan geparkeerd waar supporters van de tegenpartij shirtjes en andere parafernalia van de bezoekende club verkopen.

Een Ajax-verkooppunt bij De Kuip gaat ons voorstellingsvermogen ver te boven, in Duitsland is het allemaal vrij normaal. Zoals ook de bezoekers een dwarsdoorsnede vormen van de bevolking. Jong, oud, man, vrouw, kind; ze zijn allemaal evenredig vertegenwoordigd op de tribunes.

Een bezoek aan een Duits stadion is - mede door de schappelijke prijs voor een kaartje - een feest voor het hele gezin, of in dit geval voor de hele piratenfamilie die het kraaiennest graag even verlaat voor een potje voetbal van hun in stemmig bruin gehulde gasten.

En de liefde is wederzijds. Een in een vale spijkerbroek gehulde trainer hitst het publiek op, om de haverklap worden de fans opgeroepen om lawaai te maken. Achter het doel is de regie in handen van vier kortgemouwde volksmenners die via een megafoon de fans opzwepen en/of de melodie inzetten van weer een vrolijk SP-liedje.

Tussen het meebrullen en -klappen door, smeren ze de kelen met echt bier, geen lauw evenementenpis waar de Nederlandse voetbalsupporter op wordt vergast. De Duitse fan wordt in de watten gelegd, ze zijn niet afhankelijk van verplichte treincombi's, hoeven niet naar kunstgrascapriolen te kijken en mogen gaan en staan waar ze willen.

Punt van zorg

'Leve Sankt Pauli', zingen ze, ook als tegenstander Kaiserslautern de wedstrijd al in een vroeg stadium beslist met twee simpele goals. Ondanks deze tegenslag blijft de sfeer onveranderd goed, daar waar in Nederland dit troosteloze voetbal tot een supportersopstand zou leiden. In Am Millerntor blijft de support van minuut 1 tot minuut laatst hartverwarmend.

Het enige puntje van zorg is het niveau van het gebodene, zeker in Hamburg waar zowel HSV als Sankt Pauli in zwaar weer is beland. Vier jaar geleden speelde de stadsderby zich nog af in de Bundesliga, sindsdien hebben beide 'grootmachten' flink wat stapjes terug moeten doen. HSV redde het vege Bundesliga-lijf vorig seizoen via promotie/degradatieduels, maar staat inmiddels wederom op een deplorabele plek, de positie van de stadgenoot is nog deerniswekkender.

Sankt Pauli kraakt in al zijn voegen en neemt de laatste plaats van de Tweede Bundesliga in waardoor de anonimiteit van de Derde Liga dreigt. Niet dat dat tot een vermindering van de bezoekersaantallen zal gaan leiden, de fans komen zelfs als ze tegen Einstürzende Neubauten II spelen, maar toch: leuk is anders.

Na afloop stroomt het stadion snel leeg en de aanpalende cafés vol. Zo gaat dat in Sankt Pauli, waar niemand wakker lijkt te liggen van een serie verliespartijtjes. Ik zie de tekst op het enorme spandoek dat de staantribune op de lange zij sierde, meteen weer voor me. Geloof, hoop en liefde, daar draait het om, de rest is bijzaak.