Ik dacht altijd dat wielrennen een sport was. En dat Parijs-Roubaix een van de belangrijkste wedstrijden van het jaar was. En dat de winnaar van zo’n wedstrijd zou worden overladen met eer en roem.

Maar blijkbaar had ik het mis.

Niki Terpstra werd geen Wielrenner van het Jaar. Hij werd niet geselecteerd voor het WK wielrennen. En gisteren werd bekend dat hij ook niet is genomineerd voor Sportman van het Jaar. Blijkbaar stelt de Tour de France ook geen ruk voor, want Lars Boom is ook niet genomineerd. Net als wereldkampioene veldrijden Marianne Vos.

Het schijnt er bij die nominaties om te gaan dat je Europees, wereld- of olympisch kampioen bent. Maar zwemster Sharon van Rouwendaal werd twee keer Europees kampioen en is niet genomineerd. Ferry Weertman (ook Europees kampioen openwaterzwemmen) ook niet. Marit Bouwmeester en Nicholas Heiner werden wereldkampioen in een zeilboot: niet genomineerd.

Jeroen Otter was het afgelopen jaar coach van Jorien ter Mors (olympisch kampioene), Sjinkie Knegt (eerste Nederlandse shorttrackmedaille ooit op de Spelen) en de Nederlandse mannenploeg (wereldkampioen), maar dat was blijkbaar ook niet genoeg. En waarom zou je een wereldkampioen op een paard (Jeroen Dubbeldam) wel nomineren, maar een wereldkampioen in een kroegsport (Michael van Gerwen) niet?

Gunverkiezingen

Ik weet niet wie of wat die sportverkiezingen heeft bedacht, maar hij of zij hield blijkbaar van eindeloos gemiep over onmogelijke keuzes. Het is ieder jaar hetzelfde liedje: zodra de nominaties en de sportmensen van het jaar bekend worden gemaakt, is er geëmmer over de uitslag. Dat kan ook niet anders, want je kunt sporten niet met elkaar vergelijken.

Wat is een grotere prestatie: olympisch kampioen worden op de tien kilometer schaatsen voor drie andere Nederlanders of achtste worden op de tien kilometer hardlopen, achter zeven Kenianen? Hoeveel voorjaarsklassiekers of Touretappes moet je winnen om een ruiter en zijn paard te achterhalen? Mag Arjen Robben ook een keer winnen, of tellen voetballers en voetbalploegen stiekem niet echt mee?

Een oplossing is er niet. Sportverkiezingen zijn per definitie gunverkiezingen. Als je een jury laat kiezen worden er oude rekeningen vereffend, als je de sporters laat kiezen wint de meest sympathieke, als je het publiek laat kiezen wint degene met de meeste trouwe fans.

Maar waarom doen we het dan? Moet het echt, die verkiezingen aan het einde van ieder sportjaar? De verliezers voelen zich miskend en genaaid, de winnaar vraagt zich af wat voor een prijs hij of zij nu eigenlijk heeft gewonnen. En de maanden erna heeft iedereen ruzie met iedereen.

Toonaangevend

Tweeduizendveertien was een belachelijk succesvol jaar voor de Nederlandse sport. Een landje van zeventien miljoen inwoners was een jaar lang toonaangevend in talloze sporten. Op de OIympische Spelen, op het WK voetbal, in de voorjaarsklassiekers en in de Tour de France, op zeil-WK’s, turn-WK’s en op zwem-EK’s – overal wonnen Nederlandse sporters.

Waarom moet er zonodig gekozen worden? Ik zou zeggen: nokken ermee. Organiseer een feest voor de sporters die zin hebben in een feestje en gebruik de zendtijd van dat Sportgala voor één grote terugblik op het afgelopen sportjaar. Alle hoogtepunten één voor één uitgebreid achter elkaar, de hele avond lang. Voor iedereen, van iedereen.

En wie daarna zonodig ruzie wil maken over verkiezingen, die meldt zich maar aan bij een politieke partij.

*Auteur Thijs Zonneveld is een ex-wielrenner. Hij werkt als sportverslaggever bij het AD en schrijft daarnaast columns voor NUsport.nl.*