En ja hoor, daar gingen we weer. Deze keer was sc Heerenveen-coach Dwight Lodeweges aan de beurt.

Normaal gesproken zou hij noooooooit iets zeggen over de scheidsrechter, maar deze keer moest hij het echt even kwijt. Zijn ploeg was bestolen. En o ja, dat gebeurde wel vaker. Want scheidsrechters fluiten altijd in het voordeel van grote clubs.

Zucht.

Het is elke week hetzelfde liedje. Trainers, spelers, commentatoren, analisten en de koffiejuffrouw: allemaal mekkeren ze over de scheidsrechter. Want als die blinde bij die ene ingooi niet de verkeerde kant op had gewezen, dan was die ene lange bal niet verstuurd en dan had de laatste man ook niet aan de noodrem hoeven te trekken en had hij ook zijn tweede gele kaart niet gekregen en dan was het een andere wedstrijd geworden. Bladiebladiebla. Miepmiepmiep. Jengeljengeljengel.

(Trouwens, als ze een keer mazzel hebben omdat de scheidsrechter een buitenspelgoal van hun ploeg heeft goedgekeurd, dan hoor je ze niet. Hebben ze het zogenaamd niet gezien vanaf de bank.)

Lodeweges had het na Ajax-Heerenveen chique en stijlvol kunnen houden. Hij had kunnen zeggen dat zijn spelers de kansen niet afmaakten. Of dat Luciano Slagveer zijn tegenstander niet zo opzichtig moet vasthouden als hij al een keer geel op zak heeft. Of van mijn part dat iedereen op het veld fouten maakte. Maar nee, Dwight schreeuwde met beslagen brillenglazen dat hij bestolen was door de scheidsrechter.

Onmogelijk

Het zal best dat de scheids er zaterdagavond één, twee of drie keer naast zat. Dat gebeurt vaker. Sterker nog: dat gebeurt heel vaak. Ik heb de afgelopen vier seizoenen voor verschillende kranten en met verschillende collega's onderzoek gedaan naar de rol van de scheidsrechter in de wedstrijden van de topclubs.

En elk jaar is de foutmarge ongeveer hetzelfde: in ruim een derde van alle wedstrijden maken scheids- en grensrechters één of meer cruciale fouten rond doelpunten en rode kaarten. Dat is belachelijk veel, maar dat krijg je als je scheids- en grensrechters opzadelt met taken die menselijk gezien onmogelijk zijn. Leuk hoor, dat buitenspel, maar hoe kun je in godsnaam tegelijkertijd naar passende speler, de bal, de laatste verdediger én de ontvangende speler kijken? Hoeveel paar ogen heb je daarvoor nodig?

Dat scheidsrechters fouten maken staat vast. Maar er is geen patroon te ontdekken in wiens voor- of nadeel ze dat doen. Uit de cijfers van de onderzoeken blijkt niet dat scheidsrechters topclubs structureel bevoordelen. De complottheorie dat de KNVB Ajax stiekem zou steunen is gebaseerd op drijfzand: Ajax werd de afgelopen seizoenen over 34 wedstrijden eerder benadeeld dan bevoordeeld.

Huilie-huilie

Dat Lodeweges huilie-huilie doet na één verloren wedstrijd tegen Ajax waarin zijn ploeg is benadeeld door de scheids wil niet zeggen dat zoiets altijd gebeurt. Vorig seizoen werd Heerenveen in de Arena nog twee keer gematst door de scheidsrechter.

Met scheidsrechterlijke beslissingen is het eigenlijk heel simpel: soms zit het mee en soms zit het tegen. Het ene seizoen krijg je een paar punten te veel, het andere seizoen een paar te weinig. En dat zal zo blijven ook zolang er geen technologische hulpmiddelen komen waarmee de taak van de scheidsrechter iets minder onmogelijk wordt gemaakt.

Maar er zijn nauwelijks spelers en trainers die zich publiekelijk en structureel voor die middelen inzetten. Ze mekkeren alleen maar als het een keer tegenzit. Ze wijzen naar de scheidsrechter om hun eigen falen te camoufleren. Ze zetten hun huilgezicht op en doen alsof ze zielig zijn. Zij zijn groot en ik is klein.

Het enige dat eraan ontbreekt is een eierdopje op hun hoofd.

*Auteur Thijs Zonneveld is een ex-wielrenner. Hij werkt als sportverslaggever bij het AD en schrijft daarnaast columns voor NUsport.nl.*