De Engelse, Spaanse, Duitse en Italiaanse clubs zijn in de loop der jaren veel dominanter geworden in de groepsfase van de Champions League. Vooral in de afgelopen seizoenen lieten zij nauwelijks een steek vallen.

Dat blijkt uit een analyse van NU.nl. Alle 985 poulewedstrijden in ruim 22 jaar Champions League tussen clubs uit de 'grote vier-landen' en clubs uit landen van buiten de top vier zijn meegenomen.

Er is gekeken naar vier periodes: 1992-2000, 2000-2005, 2005-2010 en 2010-2014. De eerste periode neemt acht seizoenen in beslag omdat er vroeger minder poulewedstrijden waren.

De duels in de tweede groepsfase, die tussen 1999 en 2003 werden afgewerkt, zijn buiten beschouwing gelaten.

Tussen 1992 en 2000 veroverde de 'grote vier' 386 van de maximale 612 punten, oftewel 63,07 procent van het te behalen aantal punten.

In het eerste lustrum van de 21e eeuw steeg dit percentage naar 63,15. Tussen 2005 en 2010 nam het overwicht van de 'grote vier' grotere vormen aan, gezien het percentage van 66,55.

Toename

Sindsdien hebben de kleinere landen alleen nog maar minder in te brengen. Tussen medio 2010 en nu pakten de vertegenwoordigers uit de topcompetities liefst 72,22 procent van het maximum aantal punten.

In een decennium tijd is dit cijfer met negen procentpunt toegenomen.

Tekenend is dat 2013/2014 het meest dominante seizoen van de ‘grote vier’ was. Een jaar geleden veroverden de Real Madrids, Chelsea's en Bayern Münchens ruim 77 procent van het te behalen puntenaantal tegen clubs uit meer bescheiden competities.

Hierbij is wel het eerste Champions League-jaar buiten beschouwing gelaten. Tijdens het seizoen 1992/1993 verdedigde AC Milan als enige de eer van de 'grote vier'. De 'Rossoneri' wonnen destijds al hun zes groepswedstrijden.

Ajax

In 1994/1995 moesten de landen uit de topcompetities nog met een percentage van 43,3 genoegen nemen. Onder meer eindwinnaar Ajax en IFK Göteborg bedierven menig Champions League-avondje van kapitaalkrachtige clubs.

'Stuntteams' als Dinamo Kiev, Anderlecht, AS Monaco en FC Porto namen deze rol eind twintigste eeuw, begin 21e eeuw over. In de afgelopen seizoenen hebben clubs uit dit soort competities het steeds moeilijker tegen clubs uit grote landen, het steenrijke Paris Saint-Germain uitgezonderd.

Na drie speelrondes in de huidige editie van de Champions League pakten de Italiaanse, Engelse, Duitse en Spaanse clubs 57 van de maximale 84 punten, goed voor een percentage van 67,9.

Het is dat Olympiakos Piraeus in eigen huis afrekende met Atletico Madrid en Juventus, anders zou het record van vorig seizoen in gevaar zijn.