Aan de Spaanse Costa de la Luz is het goed toeven. In een leuk barretje te Conil de la Frontera kreeg ik onder het genot van een verse cortado een beduimeld exemplaar van El Mundo Deportivo onder ogen, een sportkrant uit Barcelona.

Pagina's vol werden er geschreven over de nieuwe aanwinst Thomas Vermaelen, over de strijd van bijtoptant Luis Suarez om bij het CAS z'n schorsing ongedaan te maken en of Neymar zijn rugblessure te boven zou komen. Dit alles overgoten met een flinke azulgrana saus, kritische noten slaken aan het adres van Barça doen ze maar in andere periodieken.

Net toen ik de krant weer weg wilde leggen om me te concentreren op het prachtige uitzicht over de Atlantische Oceaan viel mijn oog op een minuscuul fotootje op een achterafpagina. De Bambi-blik, het onschuldige hoofd, het was onmiskenbaar een oude bekende die me vanaf het papier toelachte. Het kiekje was genomen ergens op een vliegveld in den vreemde, uit de begeleidende tekst destilleerde ik dat hij was neergestreken in Athene.

In Griekenland gaat Ibrahim Afellay, want hij was het, proberen zijn in het slop geraakte carrière nieuw leven in te blazen en wel bij Olympiakos Piraeus. "Mooie club, fijne omgeving, fanatieke supporters", zo tekende de krant de vertrouwde welkomstclichés op uit de mond van de nieuwe aanwinst van de Griekse landskampioen.

Kneuziger

Een 'ach-gut-gevoel' greep me meteen naar de keel. Het grote talent van weleer, de fijnbesnaarde stilist, overgeleverd aan de grillen van de onbeholpen Griekse verdedigers die het van achteren keihard in komen glijden tot kunst hebben verheven. In een competitie die nog kneuziger is dan de onze. Volgende week zaterdag mag hij gelijk aan de bak in een thuisduel met Niki Volos, u weet wel, of misschien ook niet. Elke keer dat hij komend seizoen rechtop het veld verlaat, is een godsgeschenk.

Sinds de dag dat hij met zijn jongere maatje Ismail Aissati voor de camera stond na de Champions League-wedstrijd PSV-AC Milan in november 2005 heb ik een zwak voor de geboren Utrechter die in het begin van z'n loopbaan keurig met de trein het traject Utrecht-Eindhoven aflegde, ook nadat hij van de club een aardig autootje had gekregen.

Aan de Marokkaanse voetballer kleefde al heel lang het vooroordeel dat ze wel de aanleg maar niet het karakter hadden om door te breken in het betaalde voetbal, Afellay leek me de juiste persoon om af te rekenen met dit stereotype. Hij groeide uit tot een stabiele factor die niet bezweek voor de glamour, glitter en het grote geld waar spelers met eenzelfde achtergrond nog weleens voor zwichten.

En hij had succes. Het was ook niet voor niets dat ze toentertijd zongen dat PSV één keer per jaar landskampioen werd. Ze hebben nu al heimwee naar die periode.

Gouden toekomst

De middenvelder bleef PSV lang trouw en kreeg in de winter van 2010 de gedroomde transfer. Naar de mooiste club van dat moment: Barcelona. Natuurlijk leek het iets te hoog gegrepen om structureel iets uit te kunnen richten op het allerhoogste niveau, maar hij kreeg wel degelijk speeltijd van Joep Guardiola.

In de halve finale van de Champions League tegen Real Madrid tekende hij voor een belangrijke assist op Lionel Messi en ook in de competitie kwam hij regelmatig binnen de lijnen. De titels in zowel de Champions League als de Primera Division waren ook zíjn titels, trots stond hij op Wembley met de trofee boven zijn hoofd.

De Marokkaanse gemeenschap in zowel Nederland als Spanje glom van trots. In het dorpje Al Hoceima in het Rifgebergte, waar de roots van de familie liggen, liepen de mensen juichend over straat. Afellay ging een gouden toekomst tegemoet.

Afijn, het liep even anders. Vanaf de zomer van 2011 zag Ibi meer wacht- dan kleedkamers van binnen. De ene blessure was nog niet verwerkt of de volgende diende zich aan. Net aan fit haalde hij nog wel de Oranje-selectie voor het EK van 2012, maar een succes werd dat niet. Net als een uitstapje naar Schalke 04, de club die hem huurde van Barcelona. Het klikte niet tussen hem en de Duitsers, warm werd de band nooit.

Getormenteerd

Nieuwe kwetsuren wierpen hem ver terug, pas in deze voorbereiding zagen we hem terug in de vertrouwde pose. Het rood-blauwe shirt van Barça fier om de schouders. Maar toen hij in een oefenduel met Nice geen speeltijd kreeg, terwijl tal van spelers nog op het appèl ontbraken, wisten we genoeg. In de plannen van de nieuwe trainer Luis Enrique was er geen rol weggelegd voor de even getalenteerde als getormenteerde middenvelder van weleer.

Voordat de vergetelheid hem dreigde op te slokken, werd er uit de havenstad Piraeus een reddingsboei toegeworpen. Afellay krijgt nog één kans om het waakvlammetje onder z'n loopbaan op te poken tot een laaiend vuur. Van z’n maatje Aissati is weinig meer vernomen, die verblijft ergens op de eeuwige bijvelden van het internationale voetbal.

Ibrahim Afellay is pas 28, het is nog niet te laat. Maar veel tijd om de belofte van toen in te lossen, is er niet meer. Het is nu of nooit.