Eredivisieclubs geven steeds minder vaak de voorkeur aan buitenlandse voetballers boven Nederlandse. Dat blijkt uit een analyse van de opstellingen van de achttien teams in de eerste speelronde.

De 51 buitenlanders (25,8 procent) bij de aftrap in de eerste speelronde betekenen voor deze eeuw een laagterecord.

De laatste keer dat er minder voetballers met een niet-Nederlands paspoort begonnen aan de jaargang was in 1996: slechts 36. Afgelopen jaar stonden nog 63 buitenlanders aan de aftrap van het eredivisieseizoen.

De daling past in een trend; nog in 2009 bedroeg het aantal buitenlanders in de basisopstelling tijdens de openingsspeeldag 92, een percentage van 46,4. 

Beweeg de cursor over de lijn om de aantallen te zien. - (c)NU.nl/Jerry Vermanen

Dat record was het eindstation van een ontwikkeling. In het afgelopen decennium (2000-2010) nam het aantal niet-Nederlanders in de teams bijna structureel toe.

Bosman-arrest

In dat jaar werden voor het eerst de effecten van het Bosman-arrest zichtbaar. Clubs waren niet meer gebonden aan een maximumaantal buitenlanders en spelers konden eenvoudiger van club wisselen.

In 1994, voor de invoering van het Bosman-arrest, begon de eredivisie met slechts veertien buitenlanders. PSV baarde opzien door een beroep te doen op de Belg Luc Nilis, de Braziliaan Ronaldo en de Roemeen Gheorghe Popescu. Liefst negen clubs startten met louter Nederlanders aan het seizoen. 

Rond de eeuwwisseling was het al heel normaal dat alle teams minimaal twee buitenlanders in de gelederen hadden. Roda JC spande de kroon met geregeld negen niet-Nederlanders aan de aftrap.

Dit seizoen kozen drie trainers voor alleen maar Nederlanders in de basis. 

Topclubs

De meeste topclubs lopen voorop wat betreft het inzetten van meer Nederlanders - de promovendi richten zich als vanouds minder op buitenlanders, omdat die in de regel duurder zijn.

Bij PSV en Feyenoord waren de Zweed Oscar Hiljemark en de Australiër Luke Wilkshire de vreemde eend in de bijt en FC Twente opteerde voor drie buitenlanders.

Ajax en AZ vielen wat dat betreft uit de toon met vijf en acht buitenlanders. De Alkmaarders bleven daarmee op het hoge niveau van de voorbije jaren. Willem II was de enige andere club waarbij meer dan de helft van de basis (zes spelers) afkomstig was van buiten de grens.

FC Utrecht staat meer symbool voor de recente ontwikkeling van minder buitenlanders.

Opteerden de Domstedelingen vorig seizoen nog voor de Belg Timothy Derijck, de Japanner Yoshiaki Takagi, de Zweed Johan Martensson, de Australiër Tommy Oar en de Zambiaan Jacob Mulenga in de basis in de eerste wedstrijd, in de ouverture van dit seizoen koos trainer Robbie Alflen voor alleen maar Nederlanders. 

Beweeg de cursor over het diagram om de aantallen te zien. - (c)NU.nl/Jerry Vermanen

Ajax zette het vaakst buitenlanders in tijdens eerste speelronde