Bernie Ecclestone hoopt op een voortijdig einde van het proces dat dient in München wegens omkoping. Zijn advocaten hebben voorgesteld de benadeelde bank BayernLB een compensatie van 25 miljoen euro te betalen.

De aanklager heeft nog niet op het voorstel gereageerd. De 83-jarige Ecclestone moet, indien de rechter hem schuldig acht aan omkoping, vrezen dat zijn tijd als baas van de Formule 1 voorbij is. Het proces gaat woensdag verder.

Ecclestone wordt ervan verdacht in 2006 bij de overname door investeerder CVC van een groot aandelenpakket van de Formule 1 van de Bayerische Landesbank, smeergeld te hebben betaald aan bankier Gerhard Gribkowski die namens de bank de verkoop begeleidde. Dat ging over een bedrag van 44 miljoen dollar (ruim 32 miljoen euro).

De strafzaak begon op 24 april. Ecclestones advocaten noemden de beschuldigingen ''hoogst twijfelachtig'' en ''zeer belastend'' voor hun cliënt maar proberen nu toch tot overeenstemming met BayernLB te komen.

Een woordvoerder van het Münchense gerecht bevestigde dinsdag ook dat gesprekken daarover al enige tijd lopen, maar de zaak wordt vooralsnog volgende week gewoon vervolgd met getuigenverhoren. Het is aan de rechter te bepalen of de aanklachten kunnen worden geseponeerd.