De Nederlandse waterpolosters zijn er zaterdag niet in geslaagd om zich tot Europees kampioen te kronen. Spanje was in de EK-finale een flinke maat te groot voor de olympisch kampioen van 2008.

De eindstand in Boedapest was 10-5 in het voordeel van de Spaanse dames, de regerend wereldkampioenen en de winnaressen van het zilver bij de laatste Spelen.

Oranje kon in de eerste periode goed meekomen (3-3), maar wist in het tweede kwart niet te scoren (0-2). Hierdoor nam Spanje een voorsprong die het niet meer uit handen gaf en in de laatste periode zelfs nog uitbreidde.

Nederland blijft zo op vier Europese titels staan, behaald in 1985, 1987, 1989 en 1993. Spanje is voor het eerst Europees kampioen. De Zuid-Europeanen hadden tot nu toe alleen een zilveren EK-medaille (2008) op hun erelijst staan.

Veelbelovend

De ploeg van bondscoach Arno Havenga, die tot aan de finale al hun wedstrijden gewonnen had, begon veelbelovend in het buitenbad van Boedapest. Vivian Sevenich opende na bijna 2,5 minuut spelen de score.

Spanje kwam snel weer langszij, maar via Sabrina van der Sloot nam Nederland vervolgens opnieuw de leiding. Van der Sloot tekende aan het einde van het eerste kwart ook voor de 3-3.

Daarna stokte de productie van Oranje echter. De Spaanse ploeg liep dankzij twee doelpunten van Anna Espar Llaquet in het tweede kwart uit naar 5-3. In de derde periode bracht Van der Sloot de spanning nog even terug (5-4). Het bleek echter niet meer dan een laatste stuiptrekking.

Spanje leidde na het derde kwart namelijk met 7-5 en besliste de finale in het laatste kwart toen Oranje de ene na de andere straf kreeg. De Zuid-Europese ploeg liep uit naar een comfortabele overwinning: 10-5.

Havenga: 'EK-zilver geeft veel vertrouwen richting Spelen'