Lionel Messi is op dit WK vooralsnog veel scherper in zijn passing dan Thomas Müller, die hij zondag treft in de WK-finale in Rio de Janeiro.

Waar de Duitser op dit WK vooral indruk maakt met zijn loopvermogen (slechts twee spelers liepen meer dan zijn totaal van 68,8 kilometer) daar levert de Argentijnse aanvoerder bijzonder veel succesvolle passes af.

Messi kwam in zes wedstrijden in Brazilië in totaal tot 240 passes, waarvan er 196 aan kwamen (81,7 procent). Müller leverde met 212 niet alleen minder passes af, maar die waren ook nog eens veel minder vaak succesvol: 145 (68,4 procent).

Doelgerichtheid

In tegenstelling tot loopvermogen en passing ontlopen Müller en Messi elkaar vrijwel niets als het om doelgerichtheid gaat.

Beide spelers schoten of kopten dit WK negentien keer op doel. En waar Müller met vijf tegen vier goals net iets trefzekerder is, daar blijkt Messi de bal weer net iets vaker tussen de palen te krijgen.

Van de negentien doelpogingen van de aanvaller van FC Barcelona vlogen er tien (52,6 procent) naast of over. Bij Müller ging de bal elf keer (57,9 procent) niet op doel.