Jonathan de Guzman is vooralsnog de meest zuivere passer van het Nederlands elftal op het WK.

Uit cijfers van Ortec blijkt dat de middenvelder van Swansea City in de wedstrijden tegen Spanje en Australië in totaal vijftig passes verstuurde en daarvan waren er 45 'succesvol' (90 procent).

Klaas-Jan Huntelaar en Leroy Fer hebben weliswaar een hoger percentage (100 procent), maar zij verstuurden tijdens hun korte invalbeurten slechts twee passes en worden daarom niet meegerekend.

Achter De Guzman staat Ron Vlaar tweede op de lijst met een percentage van 88,4 procent. 99 van de 112 passes van de verdediger van Aston Villa kwamen aan. Derde is Bruno Martins Indi met 105 uit 124 (84,6 procent).

Helemaal onderaan staan Robin van Persie en Jeremain Lens met beiden 68,8 procent, maar als aanvaller kunnen zij ook meer risico in hun spel leggen.

In totaal verzonden de Oranje-spelers dit WK al 1438 passes, waarvan er 1136 (79,0) succesvol waren. De meest passende speler uit het keurkorps van bondscoach Louis van Gaal is Daley Blind met een totaal van 165. 133 (80,6 procent) van die passes waren daarvan goed.

Costa Rica

De spelers van Costa Rica verstuurden in Brazilië beduidend minder passes dan Oranje. In vier wedstrijden kwam de tegenstander van Nederland zaterdag in de kwartfinale tot 1095. Het percentage succesvolle passes verschilt met 78,6 procent (861) echter niet veel van Oranje.

De ’best passende’ Costa Ricaan is Celso Borges met 116 uit 130 (89,2 procent). De middenvelder van het Zweedse AIK wordt gevolgd door Jose Miguel Cubero (85,7 procent) en Giancarlo Gonzalez (85,1 procent).

De ‘slechtste passer’ van de ploeg van bondscoach Jorge Luis Pinto is Keylor Navas. De doelman verzond in totaal 47 passes waarvan er maar 29 aan kwamen (61,7 procent).