Jan Siemerink had gerekend op betere wedstrijden van de Nederlandse toptennissers bij het grastoernooi van Rosmalen.

Thiemo de Bakker reikte tot de kwartfinale dankzij een overwinning op Igor Sijsling. Jesse Huta Galung strandde in de tweede ronde.

"Ik had het liever anders gezien. Thiemo verliest redelijk kansloos van João Sousa die niet op zijn beste ondergrond staat en Igor stond er door ziekte een beetje halfbakken bij", luidt het oordeel van de technisch directeur van tennisbond KNLTB.

"Jesse en Thiemo hadden een wildcard nodig om mee te doen en dat is geen goed teken op deze leeftijd. Die zouden eigenlijk in het hoofdtoernooi moeten staan. Ze hebben daar de kwaliteiten voor."

Uitschietertje

Siemerink benadrukt dat de spelers zelf verantwoordelijk zijn, maar heeft wel een idee waar de dalende lijn van de laatste maanden aan ligt. Robin Haase en Sijsling namen bijvoorbeeld onlangs afscheid van hun coaches en De Bakker speelde even weinig wedstrijden.

"Zonder coach zitten zoals Sijsling is geen ideale situatie. Er moet hard getraind worden en er moet een plan zijn om ergens naar toe te werken. Als dat niet gebeurt, wordt het alleen af en toe een uitschietertje hier en daar. Ook Thiemo en Jesse kunnen veel meer planmatig te werk gaan."

"Spelers kiezen voor bepaalde toernooien om de ranking omhoog te helpen, maar je kunt op dat moment ook in de zwakke punten investeren en wel sterkere toernooien gaan spelen. Dan kom je betere spelers tegen en daar word je zelf ook sterker van. Er moet structureel verbetering in zitten. Ze moeten vooruit."

Ervaring

De huidige generatie spelers is tussen de 25 en 28 jaar. Volgens Siemerink gaat de tijd langzaam dringen om het beste eruit te halen. "Ze komen op een leeftijd dat het moeilijker wordt om beter te worden. Dan gaat ervaring een rol spelen."

"Tennissers beleven rond deze leeftijden vaak hun beste periode omdat de ontwikkeling voorbij is. Ze weten precies wat ze kunnen en zijn ervaren genoeg om wedstrijden te winnen."

De Bakker en Huta Galung stonden eind vorig jaar nog in de top honderd, maar zijn daar nu ver van verwijderd. Het staat in contrast met de goede prestaties van Nederland in de Davis Cup, waarin de wereldgroep werd bereikt.

"We hebben gewoon de potentie voor vier of vijf spelers in de top honderd en dan moeten ze daar ook staan. Die Davis Cup geeft zelfvertrouwen, maar zo'n boost duurt maar even. Daarna komt weer het moment dat er een plan moet zijn waarin staat aan welke aspecten van het spel gewerkt moet worden."

Lees het hele interview op NUsport