De Nederlandse turners zijn zaterdag bij de Europese kampioenschappen in Sofia met een score van 256,979 als zesde geëindigd in de teamfinale. 

Dat was dezelfde klassering waarmee Yuri van Gelder, Epke Zonderland, Bart Deurloo, Casimir Schmidt en Jeffrey Wammes donderdag de kwalificaties afsloten. Het was de eerste keer in de historie dat de Oranjemannen zich bij de beste acht landen van Europa voegden.

De titel was voor Rusland dat uitkwam op 267,959. Daarmee hield het Groot-Brittannië (265,953) en Oekraïne (262,087) achter zich.

Nederland bereikte donderdag nog een score van 258,661. Met name op vloer leverde Nederland in de finale punten in door fouten van Schmidt en vooral Wammes die na een sprongserie op zijn achterwerk landde.

Schmidt ging ook in de fout op brug. Op rek, met name dankzij Deurloo, en op voltige (Zonderland) werd duidelijk winst geboekt.

Prachtig resultaat

''Een prachtig resultaat, superleuk'', jubelde Epke Zonderland. ''Hier mogen we best trots op zijn.''

Bondscoach Fenner had genoten. ''Van elke minuut in deze hal. We hebben onze zesde positie verdedigd. Het team heeft een enorme stap gemaakt. Dit is het begin van iets heel speciaals'', dacht de Brit die in 2016 met zijn team op de Spelen wil uitkomen. Dan zou Nederland bij de beste 12 landen van de wereld behoren.

Fenner noemde de teamfinale een belangrijk leermoment. ''Ze voelen nu de druk en de spanning, dat nemen ze mee. Jef (Wammes) was teleurgesteld na zijn vloeroefening waarin hij in de fout ging. Maar ik heb de jongens al vaak duidelijk gemaakt dat ze zich in een team geen zorgen moeten maken over een individuele fout. Daarna pakten ze op voltige de draad gewoon weer op, dat was mooi om te zien.''

Wammes begreep niet wat er mis was gegaan met zijn oefening. ''Het was een sprongserie die ik kan dromen. Ik zakte weg, ik weet niet hoe het kwam.''

Zondag volgen de toestelfinales met voor Nederland Zonderland (rek, brug), Van Gelder (ringen), Schmidt en Wammes (beiden sprong).