Technisch directeur Joop Alberda van de zwembond komt binnenkort met zijn plannen voor veranderingen in de structuur van het Nederlandse zwemmen.

Of hij zelf aanblijft om die visie vorm te geven, iets waar draagvlak voor bestaat in de Nederlandse zwemwereld, wil de 62-jarige bestuurder niet zeggen.

"Dat is niet de volgorde, dus is die vraag niet aan de orde", stelt Alberda in gesprek met NU.nl. "Je moet eerst het beeld helder hebben hoe het zwemmen eruit gaat zien en daarna kijk je wie er het meest geschikt zou kunnen zijn voor de rol van technisch directeur."

"Als je dat andersom doet, dan ga je iemand aanstellen die zijn eigen visie en beleid gaat maken om vervolgens daar invulling aan te geven; dat lijkt me niet verstandig."

De coach van het gouden Nederlandse volleybalteam bij de Spelen van 1996 volgde aan het begin van het jaar de naar Australië vertrokken Jacco Verhaeren op, die jarenlang als succesvolle coach van onder anderen Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn en later ook als technisch directeur het gezicht van het Nederlandse zwemmen was.

Als 'vreemdeling' - "Ik heb geen verstand van zwemmen", is zijn gevleugelde uitspraak - moest Alberda met een frisse kijk 'een fundament voor de toekomst' leggen en vervolgens in augustus, na de EK langebaan in Berlijn, het stokje overgeven aan zijn opvolger.

Draagvlak

Binnen de zwemwereld is er echter draagvlak voor een langer verblijf van de voormalig technisch directeur van NOC*NSF, zo blijkt uit een rondvraag in het Turkse Belek, waar de Nederlandse ploeg in het Sentido Zeynep Resort een trainingskamp van twee weken belegt.

"Ik zou het hartstikke fijn vinden als hij tot en met Rio blijft", zegt coach Martin Truijens, die in Amsterdam onder anderen Sebastiaan Verschuren en Inge Dekker onder zijn hoede heeft. "Om met ons de klus af te maken en een stabiele situatie te creëren."

"Na het vertrek van Jacco hadden wij met name behoefte aan iemand die ons de spiegel voorhield qua organisatie, qua manier van met elkaar werken en dat doet hij heel goed. Als hij vertrekt, komt er een nieuw iemand en gaan we een gedeelte van het proces weer opnieuw doorlopen."

Blanco

Christiaan Sloof, die in Eindhoven onder anderen de coach is van Ranomi Kromowidjojo, is het eens met zijn Amsterdamse collega.

"Het zou wel mijn voorkeur hebben als Alberda de veranderingen ook echt mooi vorm kan geven. Hij heeft wat minder zwemtechnische kennis, maar dat hoeft niet verkeerd te zijn. Hij kan daardoor heel mooi blanco kijken naar een organisatie. Hij vraagt naar onze input en zo wordt het een gezamenlijk idee en gevoel en dat is ook niet verkeerd."

Kopvrouw Kromowidjojo zou ook liever niet zien dat er op haar weg naar de Spelen van Rio de Janeiro in 2016 opeens grote veranderingen binnen de bond plaatsvinden.

"Je moet je wel realiseren dat het twee jaar voor de Spelen is. Ik houd altijd van duidelijkheid, dat je weet waar je aan toe bent. We moeten zorgen dat de structuur er is en blijft en niet dat er een jaar voor de Spelen weer iemand komt met een andere visie."

Jacco 2.0

Voorlopig is Alberda alleen bezig om in samenspraak met de coaches, de zwemmers en met toetsing bij grote namen als Van den Hoogenband en De Bruijn die nieuwe visie te ontwikkelen. 'Jacco 2.0', zoals hij het zelf noemt. "Ik heb het globale beeld wel klaar."

Een van de dingen die zal veranderen, is de versplintering van de topsportgroepen in het Nederlandse zwemmen. Nu zijn er vier nationale trainingscentra, twee in Eindhoven, één in Amsterdam en één in Drachten.

"De groepjes zijn nu allemaal klein. Vier groepjes van vijf man gemiddeld; dat klinkt niet efficiënt. Het is kwetsbaar en op een gegeven moment zie je altijd dezelfde koppen en dan gaat de dynamiek in de groep kapot. Dat gaan we dus echt anders doen."

Ook de verspreiding over het land past niet in de visie van Alberda. "Ik weet niet of dat in één etappe, in twee etappes of in drie etappes gaat, maar dat gaat ook anders."

Aanwas

Een tweede belangrijke punt is zorgen voor een betere doorstroming vanuit de jeugd. In Belek werd al een eerste stap gezet doordat de senioren en junioren gezamenlijk op trainingskamp gingen.

Maar over de breedte van de Nederlandse zwemtop zijn al enige tijd zorgen. "De aanwas van jeugd moet beter", vindt Truijens. "Maar als ik hier 's ochtends naar de jeugd kijk, dan is dat echt al een verbetering ten opzichte van een aantal jaar geleden."

Alberda: "We zien de nieuwe Ranomi en de nieuwe Pieter nu nog niet in het bad. Maar dat is ook niet erg. En er zitten misschien nog wel wat verrassingen aan te komen."