Er zit al wekenlang een Duitse Schlager in mijn kop. Een verschrikking is het. Het lied galmt in mijn oren. Het dreunt achter mijn ogen. Het vreet mijn hersenen weg. Het jengelt en het dreint als een kleuter die een snoepje wil.

En wat ik ook doe: het gaat niet weg.

Het is allemaal de schuld van Marcel Kittel. En van zijn ploeggenoten bij Giant. En van die (verder prachtige) documentaire die ze over Kittel en zijn ploeg gemaakt hebben. Ik kan niet meer naar Kittel kijken zonder die Schlager te horen bonken in mijn kop.

Ik weet niet hoe vaak het liedje voorbij kwam in de docu, maar het is genoeg voor een weken durend Schlagerfestijn onder mijn schedeldak. De renners zingen het liedje van Tim Toupet (ik verzin het niet) in vrijwel iedere scène van de documentaire - en in het echt zelfs nog vaker. Ze zingen hetzelfde refreintje, opnieuw en opnieuw en opnieuw.

De tekst is zo makkelijk dat je 'm nooit meer vergeet als je 'm één keer gehoord hebt:

Du hast die Haare schön,
Du hast die Haare schön,
Du hast du hast, du hast die Haare schön

Normaal gesproken verdwijnt zo'n liedje vanzelf uit je hoofd. Het slijt weg als Kittel en zijn maten gewoon een tijdje niet winnen. Maar dat doen ze niet. Bij Giant lijken ze niet meer te kunnen verliezen, zeker niet als Kittel het laatste wagonnetje in de sprinttrein is.

Kleuters

Zaterdag won hij de tweede rit van de Giro mit zwei Finger in der Nase, zondag ging hij zó veel harder dan de andere sprinters dat ze kleuters op kinderfietsjes met zijwielen en Sesamstraatvlaggetjes leken. Hij degradeerde de rest tot een stel krabbelaars.

Ik heb niks met Duitsers en niks met sprinters, maar als Kittel aanzet sta ik op de bank. Hij tilt sprinten naar een ander niveau. Hij doet iets wat onmogelijk lijkt. Hij trapt in de laatste tweehonderd meter een vermogen weg waar je moeiteloos een afwasmachine, twee koffiezetapparaten en een was/droogcombinatie tegelijk op kunt laten draaien - maar het ziet eruit alsof hij op zijn dooie gemak naar de bakker op de hoek fietst.

Maar Kittel is meer dan een sprinter alleen. En ook meer dan kopman van zijn ploeg. Hij is een van de leiders van de sport. Hij is open en transparant, hij geeft antwoord op iedere vraag (óók die over de dubieuze, maar destijds niet verboden UV-behandeling die hij ooit heeft ondergaan), hij heeft een mening en durft ervoor uit te komen.

Verder ziet hij eruit als een van de acteurs van Beverly Hills 90210 en doet hij vrouwen én mannen in katzwijm vallen als hij zijn billen van zijn zadel licht. En hij is vast nog lief voor zijn moeder ook.

Jengeltje

Eigenlijk is er maar één ding mis met Marcel Kittel. Dat duhastdiehaareschön-deuntje. Dat vreselijke Ronnie Tober-nummer, die Anton aus Tirol-imitatie, dat Denny Christian-jengeltje, dat melodietje dat zichzelf maar blijft herhalen en herhalen en herhalen en herhalen en herhalen en herhalen en herhalen en herhaaaaaaaaaaaaaaaaaaAAAAAAAAAAAAHHHHH!!!!!!!!!!len.

Daarom (namens mijzelf en vast ook namens vele anderen), de dringende vraag aan Marcel en zijn ploeggenoten: mag er een ander nummer op?

Bitte?

*Auteur Thijs Zonneveld is een ex-wielrenner. Hij werkt als sportverslaggever bij het AD en schrijft daarnaast columns voor NUsport.nl.*