Sommige vakbroeders denken dat ik me zit te verkneukelen over de aanstaande degradatie van Roda JC. Dat klopt maar ten dele.

De man die me een paar jaar geleden de toegang tot het stadion voor de komende vijftien jaar ontzegde omdat ik wat al te veel flauwe grappen maakte over het hoge NSB-gehalte van de club, ja die gun ik het wel.

Als ik de verhalen die doorsijpelen uit Duitstalig Limburg mag geloven, is algemeen directeur Marcel van den Bunder de kwade genius achter Der Untergang (sorry, ik kon het niet laten) van een club die nog nooit degradeerde en die het in een vorig leven, zo midden jaren negentig, het bijna ongenaakbare Ajax van Louis van Gaal knap lastig maakte.

In die periode volgde ik de club namens De Telegraaf. Als Roda-watcher kreeg ik een paar leuke Europa Cup-uitjes voor de kiezen. De eerste was naar Slovenië, waar ik in de hoofdstad Ljubljana het voltallige bestuur tegenkwam op de twaalfde verdieping van een shabby flatgebouw waar een soort van goochelaar druk bezig was met het laten verdwijnen van kledingstukken van bevallige deernen.

Toen de Kerkraadse notabelen ons binnen zagen komen, doken ze niet weg maar ging er een luid applaus op. Limburgers doen niet zo moeilijk.

Minibar afrekenen

Omdat ik deze woensdag in het kielzog van AZ naar Lissabon reis, doemen er ook weer beelden op van een ronde later, die keer dat Roda aantrad in het majestueuze Estádio da Luz van Benfica. De geel-zwarten verloren nipt, met 1-0, maar hadden een goede indruk achtergelaten.

De meegereisde inktkoelies deden daarna ook flink hun best in de binnenstad en tijdens het 'afzakkertje' in het pershotel. De volgende ochtend moest een collega een complete minibar afrekenen, zelf miste ik de persbus naar het vliegveld. Omdat het vliegtuig flink wat vertraging had, kwam alles nog op z’n pootjes terecht.

Eenmaal in de lucht nam de eminente voorzitter, wijlen Theo Pickée, het woord en bedankte de meegereisde pers voor hun aanwezigheid. Voor even vergaten we onze katzwijm, kwamen met onze hoofden net boven de stoelleuning uit en trakteerden Pickée op een opgestoken duim. Een voorzitter die het meegereisde journaille bedankte, zo bont hadden we het nog nooit meegemaakt.

Tegenwoordig krijg je van zo'n omhooggevallen directeur als Van den Bunder een stadionverbod. Die overigens in huize-Struis met gejuich werd ontvangen, want echt voor je plezier ging je de laatste jaren niet meer naar Kerkrade. Waar je je moest vervoegen bij zo'n prefab stadion in de buurt van een treurig industrieterrein.

Geilman

Toegegeven, sportpark Kaalheide was ook geen pretje, maar de sfeer en het niveau van het voetbal lagen ver boven het huidige gestuntel. De vaste grap waarmee we de persruimte op het dak van de hoofdtribune betraden ("Jullie oud-keeper Bram Geilman heeft z'n naam veranderd hè?" Even functionele stilte laten vallen. "In Piet Geilman." Waarna we vooral zelf in luid gelach uitbarstten) leidde altijd een genoeglijke avond in die niet zelden voorafgegaan werd door een bezoek aan de Markt in Kerkrade.

Waar we hoofdschuddend voor café Goebbels stonden en we de serveerster gekscherend Eva B. noemden en waar we later een fijne maaltijd genoten in café Puccini.

Ik kan me de avond voor de return tegen Benfica, in het najaar van 1995, nog helder voor de geest halen. Onder leiding van Mirjam Schroeder, de commerciële manager van Roda, en onder het genot van wat spiritualiën studeerden we het clublied ('t Sjunste op de Welt) van Roda in, wat nog helemaal niet meeviel. Iets over het maken van jolen of zoiets.

Een dag later zat de stemming er nog goed in, zeker toen Roda met 2-0 voor kwam te staan tegen de grootmacht uit Portugal met onze jeugdheld Eusebio op de tribune. Lange tijd leek een stunt in de maak totdat Edwin Vurens iets te lang met de bal aan de wandel ging, hem knullig verspeelde waarna een dodelijke Portugese counter volgde die een einde maakte aan de Kirchröatsjer dromen.

Eenbenigen

In die tijd haalde de club het niet in zijn hoofd het publiek te trakteren op gemankeerde, oostblokkerige eenbenigen. Wat ze zelf niet in huis hadden, bestelden ze in het westen. Barry van Galen, Johan de Kock, Ruud Hesp en André Ooijer stonden local heroes als Ger Senden, René Trost, Maurice Graef en Eric van der Luer bij in de strijd.

Exoten werden tot een minimum (Tijjani Babangida) beperkt. De koempelmentaliteit van het fanatieke publiek deed de rest. Trainer Huub Stevens wist vanuit zijn eigen verleden (zijn vader was mijnwerker) precies wat het publiek wilde.

Tegenwoordig wordt bij de eerste de beste tegenslag een ervaren coach als Ruud Brood vervangen door een groentje die door niemand serieus genomen wordt. Een enorme inschattingsfout van Van den Bunder die blijkbaar zo'n heimwee heeft naar de streekderby's met VVV, Fortuna en MVV dat hij de degradatie straks met gejuich begroet.

Diep triest dat zo'n traditierijke club door wanbeleid zo naar de verdoemenis gaat.