De internationals van het Nederlands vrouwenhandbalteam willen vanaf 1 augustus 2015 fulltime met elkaar trainen en spelen.

Doel van die eensgezinde opoffering is deelname aan de Olympische Spelen van 2016 in Rio en daar mikken ze op een medaille.

Om de ambities mogelijk te maken, is wel geld nodig van sponsors. Het Nederlands Handbalverbond NHV heeft om die reden een projectgroep samengesteld die op zoek gaat naar geldschieters voor het plan, dat de naam 'One team, One dream, Rio 2016' heeft gekregen.

Bondscoach Henk Groener neemt de 21 handbalsters onder zijn hoede. Papendal wordt de trainingslocatie en Arnhem bij voorkeur de woonplaats.

Volleyballers

Voor de meeste handbalsters van Oranje betekent het plan een ingrijpende wending in hun carrière, want zij staan veelal bij buitenlandse topclubs onder contract. Aanvoerster Danick Snelder verlengde bijvoorbeeld onlangs nog haar verbintenis bij de Duitse kampioen Thüringer HC.

Toch denken de internationals dat een maximale prestatie in Rio alleen een kans van slagen heeft als zij vaker, langer en intensiever bij elkaar zijn dan andere handballanden. De programma's die de volleyballers (goud op de Spelen van 1996) en de waterpolosters (goud in Peking 2008) destijds succesvol volgden, dienen als voorbeeld.

De selectie van Groener zal bij Nederlandse clubs Europa Cup-wedstrijden gaan spelen en beoogt in het jaar voor Rio minstens 25 oefenwedstrijden te spelen tegen landen uit de top tien van de wereld. Die komen bovenop de officiële interlands.