Real Madrid mag zich al na het eerste duel in de achtste finales van de Champions League zeker wanen van een plek in de kwartfinales. De 'Koninklijke' versloeg Schalke 04 woensdag met 6-1.

Pas in blessuretijd kon Klaas-Jan Huntelaar, die in 2009 voor Real Madrid speelde, iets van zijn klasse laten zien.

De spits maakte een prachtig doelpunt. Na een voorzet van rechts volleerde hij vanaf een meter of achttien via de onderkant van de lat de 6-1 binnen. 

Tot die tijd had Huntelaar amper bruikbare ballen van de flanken gekregen en als hij al eens in de voeten werd aangespeeld, dan was dat veel te ver van het vijandelijk doel af of zaten Pepe of Sergio Ramos ertussen.

Schalke bood in Gelsenkirchen met name in de eerste helft af en toe redelijk partij, maar was even vaak veel te slordig. Real had weinig tijd en kansen nodig om op 0-2 te komen. Binnen 21 minuten zorgden Karim Benzema en Gareth Bale voor die riante voorsprong.

Formaliteit

Met name de treffer van de Welshman maakte het verschil tussen beide ploegen duidelijk. Schalke-stopper Felipe Santana dacht rustig uit te kunnen verdedigen, maar verslikte zich in Benzema.

De Fransman tikte de bal in één keer voor de voeten van Bale, die sierlijk langs twee Schalke-verdedigers dribbelde en de bal via de binnenkant van de paal achter doelman Ralf Fährmann werkte. 

Na rust werd het alleen maar erger voor Schalke. De tweede helft was nog geen twaalf minuten op gang, of Real had de 0-3 en de 0-4 er al in liggen. Cristiano Ronaldo en Benzema, na een hakje van opnieuw Ronaldo, waren daar verantwoordelijk voor. Bale maakte er daarna ook nog 0-5 van, terwijl Ronaldo vlak voor tijd de 0-6 binnen werkte. 

Ondanks de 6-1 van Huntelaar in blessuretijd is de return op 18 maart in Bernabéu niet meer dan een formaliteit.

Lees ook: Ronaldo vestigt Champions League-record

Lees ook: Huntelaar: 'Real was een maat te groot voor ons'