Hij hoste. Hij lalde. Hij dronk een biertje. Hij babbelde met wat oude vrinden. Hij stond met zijn armen omhoog als we wonnen. Hij reikte een paar medailles uit. 

Ja, Camiel Eurlings had het prima naar zijn zin op de Olympische Spelen.

Onze Camiel schijnt iets te doen bij het Internationaal Olympisch Comité. Iets belangrijks. Maar waaróm hij iets doet bij het IOC is me een raadsel. Als parlementslid heb ik hem er nooit op kunnen betrappen dat hij sport overdreven belangrijk vond. En de link tussen de KLM en de Olympische Spelen zie ik ook niet.

Nederlandse (ex-)politici en hun gelal en gejuich op grote sportevenementen: ik krijg er kromme tenen van, keer op keer. Ze zitten voor een duppie op de eerste rij. Ze bemoeien zich nergens mee, maar als er iets gevierd kan worden staan ze vooraan. Mark Rutte hing de afgelopen twee weken elke dag aan de telefoon om alles en iedereen te feliciteren, maar waar is hij als er níet wordt gewonnen?

Een jaar lang is het Nederland-Rusland-jaar, maar pas aan de vooravond van de Olympische Spelen moet de discussie over mensenrechten en corruptie met Poetin worden gevoerd.

Eufemisme

Vóór de afgelopen verkiezingen heb ik alle programma's van de politieke partijen er eens op nageplozen. Het woord sport kwam er nauwelijks in voor. Geen enkele partij heeft een visie op sport, om van concrete maatregelen nog maar te zwijgen.

Uit een rapport van NOC*NSF van twee jaar geleden bleek dat het topsportklimaat in Nederland afkalfde. Want er moest worden bezuinigd. Het rapport sprak van 'creatieve oplossingen zoeken'. Dat was een eufemistische manier om te zeggen dat de sport het zelf maar uit moet zoeken.

En zo gaat het in de praktijk dan ook: de sport zoekt het zelf wel uit. Het succes in Sotsji was het succes van commerciële schaatsteams. Maar in veel andere sporten is er minder geld. Atleten krijgen nauwelijks begeleiding, de baanrenners moeten wedstrijden afzeggen, wielerpistes dreigen failliet te gaan, de waterpoloërs moeten hun trainingen om de recreantenuren van het plaatselijke zwembad heen bouwen, de schaatsers trainden de afgelopen jaren in een verouderde ijshal en het plan om de Olympische Spelen te organiseren verzoop door ministerieel gegoochel met de kosten.

In de breedtesport hetzelfde beeld: het schoolzwemmen is afgeschaft, het aantal gymuren op middelbare scholen daalt met het jaar. En dan vinden we het nog vreemd ook dat er steeds meer jongeren met overgewicht kampen.

Nederlandse politici - een enkeling uitgezonderd - vinden sport totaal onbelangrijk. Natuurlijk is de situatie in Syrië of de bestrijding van werkloosheid belangrijker dan een parlementaire discussie over het belang van top- en breedtesport, maar geldt dat ook voor Kamervragen over die twaalf vrouwen die in Nederland rondlopen met een burka? Of voor de zesmiljoenste keer dat er besloten moet worden dat we tóch maar doorgaan met die JSF?

15 miljard

Miljoenen mensen genoten de afgelopen twee weken van topsport, honderdduizenden kinderen hebben nieuwe helden - dit is het moment om erop in te haken. En ja, investeren in sport kost bakken met geld, maar je verdient er veel meer mee terug. Obesitas en diabetes kosten de Nederlandse economie jaarlijks ongeveer 15 miljard euro (en dat bedrag zal alleen maar oplopen).

Wat als je dat geld nu eens gebruikt voor preventie? Wat als we de rekening nu eens niet voor ons uitschuiven, maar 'm nu betalen? Wat als we op z'n minst eens een politieke en maatschappelijke discussie houden over het belang van sport?

En als ze er in Den Haag achter komen dat sport niet belangrijk genoeg is: prima. Maar dan kunnen Camiel Eurlings & co bij het volgende grote sportevenement ook gewoon thuis blijven.

Lees ook: Aanpassingen in columnschema NUsport

*Auteur Thijs Zonneveld is een ex-wielrenner. Hij werkt als sportverslaggever bij het AD en schrijft daarnaast columns voor NUsport.nl.*