Een superieure selectie kunstrijders heeft Rusland zondag aan de eerste gouden medaille geholpen op de Olympische Winterspelen in Sotsji.

De Oostenrijker won de afdaling van de olympische piste Rosa Chatoer. Mayer klokte 2.06,23 in zijn gouden race en was slechts 0,06 seconde sneller dan de Italiaan Christof Innerhofer (2.06,29).

De Noor Kjetill Jansrud veroverde het brons in 2.06,33. 

Aksel Lund Svindal begon als topkandidaat voor het goud aan de titelstrijd, maar de Noor kwam iets tekort voor het podium.

Ook de ervaren Amerikaan Bode Miller, die in de trainingen de snelste was, faalde in de wedstrijd en bleef ver verwijderd van de medailles met een achtste plaats. Uittredend kampioen Didier Defago werd veertiende.

Niet onderscheiden

Mayer had zich deze winter nog niet bijzonder onderscheiden op de alpinenummers. Hij eindigde wel twee keer op het podium in een wereldbekerwedstrijd, maar dat was op de super-G. Zijn beste klassering in een afdaling was de vijfde plaats eind december in Bormio.

Mayer viel in Sotsji wel op in de trainingen op de Rosa Chatoer en begon de afdaling als een outsider voor een medaille. Hij boekte zijn winst vooral in het onderste gedeelte van de piste, waar het meer op pure snelheid aankwam dan techniek. Zijn piek lag rond de 135 kilometer per uur.

Het skiën zit bij Matthias Mayer in de genen, want hij is de zoon van Helmut Mayer. Die won bij de Spelen van 1988 in Calgary zilver op de super-G.

De 23-jarige Mayer kreeg vooraf ook advies van zijn vader. "Laat je gaan en probeer er een foutloze race van te maken, dat was wat hij zei." 

"Te gek dat het ook gelukt is. Hoger dan dit kun je niet reiken als sportman. Ongelooflijk. Ik zat dit seizoen al een paar keer dicht bij het podium, dus wist dat ik het met een hele nette race heel goed zou doen."

Bekijk alle uitslagen op de Olympische Winterspelen