Je hebt van die dagen dat je dingen op hun plek ziet vallen. Cirkeltje rond. Lekker is dat.

Zo ook afgelopen woensdag waar ik naast de ijsbaan in het Olympisch Stadion bij een lezing was van Charles van Commenee, ex-technisch directeur van NOC*NSF en voormalig chef de mission van de Olympische Spelen voor Nederland in 2008.

Zijn presentatie ging over 'high performance culture als basis voor succes'. Het is altijd een beetje nietszeggend om te zeggen dat het erg interessant was, maar dat was het. Over hoe je de kans om te winnen vergroot, en dat wil uiteindelijk iedereen weten. Ook ik.

Oranje

De presentatie hoorde bovendien bij een alleraardigst boekje met dezelfde titel als de presentatie; waarschijnlijk één van de minst pretentieuze boekjes die ik ooit gezien heb. Fel oranje, kleiner dan mijn hand, slechts veertig pagina's inclusief grote illustraties en titels als 'excuses zijn zinloos', en 'accepteer dat het niet altijd leuk is'. Dat je denkt: inderdaad, zo moet je winnen. Dat dacht ik in elk geval woensdagmiddag.  

Nou, ik durf het bijna niet op te schrijven omdat het vanaf nu best corny wordt, maar toevallig voltrok zich diezelfde dag op diezelfde ijsbaan ook nog de rest van het cirkeltje.

Erben Wennemars was buiten op de baan een filmpje aan het opnemen met Bart Brentjens, omdat laatstgenoemde net Betch.nl als nieuwe hoofdsponsor voor zijn mountainbiketeam had binnengehaald. Voor het filmpje deden zij een wedstrijd op het ijs, Bart op de mountainbike en Erben op Friese doorlopers.

Erben won. Dat doet er verder niet toe, maar wat opviel was het ventje dat de hele tijd om hen heen schaatste. Of om Erben met name. Geen idee waar zijn moeder was, en feitelijk was het een beetje een irritant joch, want hij kwam de hele tijd in het videoshot terecht. Terwijl ik stond te kijken werd hij denk ik drie keer gesommeerd uit het shot te gaan. En ik stond er best kort.

Geld

Maar het was ook wel schattig, want hij wilde gewoon aandacht van één van de beste schaatsers ter wereld, en dus schaatste hij met gevaar voor eigen leven steeds snoeihard langs Erben. Ik denk dat het mannetje een jaar of acht was, donkere krullen en een felgroene jas.

Ikzelf zou niet direct geld op de jongen durven zetten qua talent. Niet dat ík lekker kan schaatsen, maar zijn beentjes knikten wat naar binnen en hij stond vrij rechtop. Maar hij ging dus wel heel hard met zijn knikbeentjes.

Toen hij voor de vierde keer buiten adem aan kwam scheuren en wederom dreigde in het shot terecht te komen, boog Erben zich naar hem toe en goddorie, daar voltrok zich een legendarische conversatie voor mijn ogen.

Eentje die dat ventje nooit zal vergeten, sterker nog, die waarschijnlijk ten grondslag zal liggen aan een obsessieve schaatscarrière. Een carrière waar het boekje van Van Commenee bij te pas zal komen, waar we over drie Olympische Spelen allemaal deelgenoot van worden, en waarover hij in interviews steeds zal zeggen dat een gesprekje met Erben Wennemars hem geïnspireerd heeft. En, waarvan ik later zal zeggen dat ik erbij was natuurlijk.

"Jij hebt talent hè?"

"Ja, weet ik."

"Je moet op schaatsles gaan."

"Zit ik al."

"Nou jongen, dan komt het helemaal goed."

Zucht. Mooi man.