Elke week stellen we een vraag aan Mart Smeets. Deze keer: In het kader van de discussie over de koninklijke en politieke afvaardiging die Nederland naar Sotsji stuurt en de anti-homowet in Rusland zei Sven Kramer vrijdag: "Normaal kijken ze in de politiek niet om naar sport, zeker niet naar topsport, maar nu het zo uitkomt proberen ze over de rug van de sport wél politieke statements te maken." Kramer zei ook zich zelf niet in de politieke discussie te willen mengen. Is dit verstandig van Kramer? Spreekt hij namens alle sporters?

Diegenen die naar Sotsji gaan moeten vooral zelf bepalen of ze hun mond opendoen of niet. Of je nou koning, schaatser, journalist of schaatsfanaat bent, dat maakt niets uit. Iedereen maakt voor zichzelf uit of hij of zij naar dat oord gaat en of daar iets gezegd zal worden.

Dat Sven Kramer zijn mond heeft open getrokken en gezegd heeft wat afgedrukt stond, is zijn goed recht. Hij kiest ervoor deze tekst op te laten schrijven. Dat is blijkbaar zijn mening.

Op 2 februari zal de NOS een portret van Ireen Wüst uitzenden. Daarin zegt de schaatsster dat zij zich niet geroepen voelt haar mond open te trekken en iets aan de situatie rond de homoseksuele mens in Rusland te doen. "In mijn eentje maak ik het verschil niet", zegt ze.

Ook merkt ze op dat ze vooral in Sotsji aanwezig zal zijn om sportief te presteren. Ze laat het daarbij. Dat is haar goed recht.

Adel verplicht

Als Mark Rutte naar de olympische stad gaat, moet hij dan een politiek voorbeeld stellen? Moet hij als premier spreken of als Nederlands burger? Bij mijn weten bezoekt hij de olympische stad als premier van ons land en niet als de burger Rutte (die niet zo heel veel feeling met sport heeft) en dus lijkt het redelijk aan te nemen dat hij ook als premier zal spreken. Dus namens de Nederlandse regering. In deze: adel verplicht.

Over adel gesproken, voor de koning ligt het een tikje ingewikkelder. Hij was tot voor kort een belangrijk lid van het IOC. Dat hij, met koningin Máxima aan zijn zijde naar het sportfeestje gaat, ligt in de lijn der verwachtingen. Het zojuist afgetreden IOC-lid komt in zijn oude makkersclubje terug. Hij heeft de laatste tijd (voor zijn aftreden) veel gedaan dat met Sotsji te maken heeft.

Blijft voor velen de vraag of hij als koning van een klein, leuk democratisch landje uit West-Europa gaat of als voormalig IOC-lid dat nogmaals gefêteerd gaat worden door zijn ex-collega's.

Als onze koning een plusje wil halen, maakt hij een statement, maar dat is, uiteraard, helemaal aan hem. Zelfs voor een koning geldt die ongeschreven regel. Stiekem hoop ik op een klein en mooi gebaar, maar ik besef ook wel dat zoiets politiek dan weer heel zwaar gewogen gaat worden.

Deze hele affaire is uiterst precair om te behandelen. Nuchter en primair zeg je: ga erheen, trek je mond open en protesteer, maar ik heb door de jaren heen geleerd dat zoiets nooit gebeurt. Ik liep ooit rond in olympisch Moskou, in de tijd van de Koude Oorlog nog wel, en niemand deed daar toen iets of zei er wat. Ik keek rond, luisterde en verbaasde me.

Ik deed verslag bij vele sporten maar ging niet, als eenling, tegen het verschrikkelijk deprimerende communisme optreden op het Rode Plein. Ik meldde in de kantlijn hoe de wereld er toen uitzag en hoe we in feite 'onvrij' waren, hoe vals de olympische wereld er toen uitzag en aanvoelde.

Abjecte homowet

Stil protest op dit niveau is zelfs al een delicate affaire en vraagt kennis van zaken en gevoel voor verhoudingen. Dus? Dat de sportmensen nu in koor zingen dat ze niets zullen zeggen of doen omdat ze naar Sotsji gekomen zijn om sportieve kunstjes te doen lijkt me ook wel weer begrijpelijk.

Ik herinner me de Spelen van 2002. We waren met z'n allen in Salt Lake City in de staat Utah in de Verenigde Staten. Utah heeft een zeldzaam conservatieve en eigenlijk totaal abjecte homowet. Niemand zei daar iets over twaalf jaar geleden. Niemand protesteerde, niemand hing een vlag op, niemand ging op een zeepkistje staan, niemand wreef dat die aartsconservatieve Mitt Romney onder de wijze neus.

Niemand dacht er in die dagen kennelijk over na. Toen ook kwamen er hoge omes en tantes langs; niemand zei iets, niemand deed iets, het leven ontrolde zich op kabbelende, rustige, maar wel gespannen wijze. 9/11 lag immers vlak achter ons.

We liepen polonaises in het Holland Heineken House en de enige vaderlander die 'weggestuurd' werd was ex-schaatser Jan van de Roemer die buiten de (alcohol)lijntjes had gekleurd en zijn olympische baan moest opgeven en aangeschoten wild werd. How bizar, indeed. Maf land, maffe moraalridders ook.

Peper

En het grote sportpubliek? Men hoorde dat alles aan, haalde de schouders op en beklom de tribunes van het schaatsstadion. Dus wat er gaat gebeuren in Sotsji is niet of nauwelijks te voorspellen. Gaat Peter Heerschop met een groot spandoek in het schaatsstadion zitten: Homo's zijn ook mensen? Dat moet hij vooral zelf weten.

Lopen de schaatsende broers Mulder met een regenboogvlag door het atletendorp? Dat moeten ze vooral zelf weten. Je hoopt, als thuisblijver, op een leuke, liefst grappige en prikkelende actie. Iets met humor die de Russen ook aanspreekt. Iets met peper.

Wie dat gaat doen? Dat hangt van het individu af. Eenieder die naar Sotsji gaat, moet dat geheel voor zichzelf uitmaken. Het lijkt haast te makkelijk om nu te stellen: het zal wel rustig blijven, maar ook dat is in het duister tasten. Zoals bijna alle voorspellingen over wat daar gaat gebeuren.