De KNSB acht de kans op medailles bij de Olympische Spelen in Sotsji het grootst op de 10.000 meter en 5000 meter bij de mannen en op de 1500 meter en 3000 meter bij de vrouwen.

Dat blijkt uit de zogeheten prestatiematrix die de schaatsbond woensdag openbaarde. Bij de mannen zijn de eerste vier plekken voor de nummers één en twee op de vijf en tien kilometer.

Op basis van de resultaten tijdens de internationale wedstrijden van het vorige en het huidige schaatsseizoen is een selectievolgorde opgesteld voor de achttien beschikbare olympische startbewijzen op de langebaan bij zowel de mannen als de vrouwen. Nederland mag maximaal tien mannen en tien vrouwen naar Sotsji uitzenden

De bond heeft nog geen namen in de ranglijst ingevuld. Dat gebeurt tijdens het olympische kwalificatietoernooi (OKT) eind december in Thialf. 

De 1500 meter bij de mannen wordt het laagst gewaardeerd. De winnaar van die afstand krijgt de zevende plek op de selectielijst. Onderaan die lijst staan de nummers drie en vier van de schaatsmijl op het OKT. Dat betekent dat die als eersten afvallen als het maximum van tien schaatsers is bereikt.

Lastig

Bij de vrouwen zijn de nummers één en twee op de 1500 meter het hoogst gewaardeerd. Uit de selectievolgorde blijkt dat bijvoorbeeld de nummer drie op de 3000 meter bij de vrouwen een grotere kans op een medaille wordt toegedicht dan de nummer één op de 500 meter bij de vrouwen.

Eerstgenoemde schaatsster komt hoger op de selectielijst. De winnares van de 500 meter zal zich normaal gesproken nog wel plaatsen voor de Spelen, maar de nummers twee, drie en vier van de sprintafstand krijgen het heel lastig.

Na het OKT is de olympische selectie nog niet definitief ingevuld. De bond kan namelijk nog gebruikmaken van twee aanwijsplekken voor de ploegenachtervolging. Daarvoor komen Marrit Leenstra, Linda de Vries en Ireen Wüst bij de vrouwen en Jan Blokhuijsen, Sven Kramer en Koen Verweij bij de mannen in aanmerking. De KNSB heeft ook nog een calamiteitenplek.