Dolf van der Wal heeft vrijdag een grote stap richting de Winterspelen van Sotsji gezet. Bij de wereldbekerwedstrijd in het Finse Ruka eindigde hij als vierde in de halfpipe en voldoet daarmee aan de kwalificatie-eis van sportkoepel NOC*NSF.

Van der Wal dankt zijn kwalificatie aan een sterke tweede run in de finale, die door de jury met 81.75 punten werd beloond. Dat bleek net niet genoeg voor een podiumplaats. De Fin Janne Korpi (89.00), de Fransman Johann Baisamy (85.75) en de Fin Markus Malin (85.00) scoorden beter.

Landgenoot Dimi de Jong, die afgelopen zomer in Nieuw-Zeeland al zijn kwalificatie voor Sotsji veiligstelde, eindigde in Finland op de tiende plaats met 65.50 punten.

Van der Wal was bij de vorige Olympische Spelen in Vancouver ook van de partij. Daar strandde hij in de halve finale om uiteindelijk officieel op de 37ste plaats te eindigen in de halfpipe.

De Vegt

Om een startbewijs voor de komende Winterspelen volledig veilig te stellen moeten Van der Wal en De Jong echter ook nog aan de internationale norm voldoen. Dat betekent dat ze zich bij de veertig beste snowboarders op de geschoonde wereldbekerranglijst dienen te scharen. Volgens Wopke de Vegt, technisch directeur van de Nederlandse skivereniging (NSkiV), moet dat echter geen probleem zijn.

"Als Van der Wal en De Jong ook bij de komende World Cup-wedstrijden in Stoneham en Copper Mountain mee doen”, laat De Vegt aan NUsport weten, "gaan ze de benodigde punten zeker wel halen."

Van der Wal kan dan ook ‘gewoon’ rekenen op een voordracht van de NSkiV. "De nationale norm is een plek in de top acht bij een wedstrijd met een representatief veld. Daar was in Finland sprake van. Ook al waren de Japanners afwezig, de Amerikanen en de Canadezen waren er wel, dus volgens mij voldoet hij aan de voorwaarden."

Bekijk hier alle Nederlandse atleten die zich gekwalificeerd hebben voor Sotsji.