Aan vechtlust ontbrak het dinsdag niet bij de Nederlandse handbalsters, maar desondanks verloren zij hun tweede wedstrijd op het WK handbal.

Na Zuid-Korea was ook vice-wereldkampioen Frankrijk in Belgrado te sterk voor Oranje en won met 23-19. De ruststand was 10-10. Lois Abbing maakte zes doelpunten voor Nederland, Sanne van Olphen scoorde vier keer.

De ploeg van bondscoach Henk Groener behield ondanks de nederlaag de vierde positie in groep A en die geeft nog altijd recht op een plek in de achtste finales. De zwakker geachte Democratische Republiek Congo is woensdag de vierde tegenstander.

Nederland begon stroef aan de wedstrijd. Vooral aanvallend had de ploeg moeite om haar draai te vinden; veel schoten op doel gingen naast of stuitte op de Franse keepster. De tegenstander scoorde ook niet bovenmatig veel, maar halverwege de eerste helft keek de formatie van Groener wel tegen een achterstand van vier doelpunten aan.

Los

Toch kwam Nederland geleidelijk aan los. Dankzij sterk verdedigen en doelpunten van Jessy Kramer, Nycke Groot en Van Olphen haalde Oranje de Françaises bij.

De ruststand van 10-10 bood perspectief voor de tweede helft, maar het lukte de jonge Nederlandse ploeg niet door te drukken. Frankrijk, dat op de laatste twee WK's zilver haalde en in 2003 zelfs het goud veroverde, liet zich niet verrassen en nam weer het initiatief.

Met nog tien minuten op de klok was de voorsprong opnieuw opgelopen tot vier doelpunten. De krachtige werparm van Abbingh hield Oranje in de wedstrijd, maar een slotoffensief bleef achterwege.