Davy nam de bal mee. Dat mocht. Hij had namelijk drie keer gescoord. En wie drie keer scoorde, die kreeg de bal. Dat had hij een keer op tv gezien.

Even later stond Davy voor een camera met de bal onder zijn arm geklemd.

Hij vertelde over de bal en zijn drie goals; de rest ontging me. Dat maakte ook niet uit. Ik keek naar Davy. Naar de bal. Naar Davy en de bal. Het was het mooiste voetbalmoment van het hele jaar.

Met afstand.

Daar, voor die camera, stond geen blasé profvoetballer die met zijn ogen naar het plafond staarde terwijl hij een obligaat praatje in een microfoon braakte.

Er stond geen over het paard getilde puber met zijn eigen naam in zeshonderd verschillende manieren op zijn onderarmen getatoeëerd. Er stond geen speler die ingestudeerde dansjes deed na iedere goal. Geen kereltje met moeilijk haar dat het na drie goals tijd vond voor een stap hogerop.

Rode blosjes

In plaats daarvan huppelde er een jongetje met zijn bal voor de camera. Er kwam damp van zijn blonde stekeltjes; op zijn wangen stonden rode blosjes. Hij droeg het Ajax-shirt dat hij van oom Frank had gekregen voor zijn verjaardag (en dat hij iedere dag aan deed zodra hij thuis kwam uit school). Hij had de hele dag gevoetbald op het trapveldje om de hoek; net zolang tot de straatlantaarns aangingen, en toen stiekem nog eventjes. 

Thuis zat zijn moeder te wachten met een koud geworden bord boerenkool met worst en extra veel jus. Zijn huiswerk had hij niet gemaakt, dus die wiskundetoets zou morgen waarschijnlijk helemaal niks worden, maar dat maakte hem niet zoveel uit. Hij had drie keer gescoord in het laatste partijtje, dat was veel belangrijker. De volgende keer zouden ze hem na het poten (schat ligt onder) vast meteen kiezen.

De bal kreeg een speciaal plekje in zijn jongenskamer. Misschien onder de poster van Luis Suarez. Of anders naast het toegangskaartje van die ene keer dat hij met papa mee naar Ajax mocht.

's Avonds zou hij, in zijn rood-witte pyjama onder zijn rood-witte dekbed, naar de bal staren waarmee hij die dag al die doelpunten mee had gemaakt, fantaserend over volle stadions, juichende mensen, onmogelijke volleys en de winnende goal tegen AC Milan, in San Siro.

Verademing

Het was een verademing, Davy en de bal. Even geen gelul over een trainer die wel of niet moest opstappen, even geen scheidsrechter die probeerde een kromme penalty recht te breien, even geen maffiose bobo die een minuut stilte verkrachtte, even geen speler die de vermoorde onschuld uithing na een poging om het been van een collega te veranderen in een zak losse botjes.

Gewoon een jongetje en zijn bal. Voetbal zoals voetbal voor iedereen begonnen is; voetbal zoals voetbal ooit bedoeld is.

Ik heb een foto gemaakt van het scherm, van Davy en de bal. Die hangt nu in mijn werkkamer, boven mijn bureau dat is volgeplakt met de Panini-plaatjes die ik dubbel had. De volgende keer dat ik al die klagende trainers, wauwelende spelers en draaikontende scheidsrechters zat ben, dan kijk ik naar de foto.

Kan ik er weer even tegenaan.