Kijk, ik zou kunnen schrijven dat ik iedere week naar veldrijden kijk vanwege de vlekkeloze bochtjestechniek van Sven Nys. Of omdat ik het zoetgevooisde ge­fluister van Michel Wuyts niet kan missen. Of omdat Het Nieuwe Verdriet van België alwéér Lars heet. Maar dan zou ik liegen.

Ik kijk naar veldrijden vanwege Kevin Pauwels. Beter gezegd, voor de interviews met Kevin Pauwels. Een doorsnee Kevin Pauwels-interview gaat ongeveer als volgt:

"Kevin, tweede vandaag. Kun je daar tevreden mee zijn?"
"Bwaoh."
"Had er meer in gezeten?"
"Bwaoh."
"Wat als je in de derde ronde niet onderuit was gegaan?"
"Bwaoh."
"Hoe zie je je kansen voor het wereldbekerklassement?"
"Bwaoh."
"Kevin Pauwels, bedankt voor dit interview."

De meeste sporters zijn gehersenspoeld door eindeloze mediatrainingen. Voetballers, wielrenners, schaatsers, veldrijders - ze draaien dezelfde riedeltjes af, ze bedanken hun teamgenoten en hun sponsor, ze blablabla’en een paar minuutjes vol en daarna braakt de volgende een emmer woorden in de microfoon. Kevin niet. Die doet niet aan mediatraining. Hij copy-paste geen andere veldrijders. Hij leert geen zinnetjes over ploeggenoten en sponsoren uit zijn hoofd.

IJspegels

Kevin doet niet alsof hij het leuk vindt dat een verslaggever iets van hem moet nadat hij net een uur lang met hartslag 250 en ijspegels aan zijn neus door de bagger heeft geploegd. Die blik alleen al als hij de camera ziet: als een konijn dat in de koplampen van een naderende auto staart. Al die stomme vragen ook. Het liefste zou hij niks zeggen. Ach, wie weet formuleert hij in zijn hoofd wel een baanbrekende, op de snaartheorie gebaseerde, verhandeling over de kwantumchromodynamische krachten die ervoor zorgden dat zijn ketting brak in de laatste ronde - maar wil hij die niet met ons delen.

Wij kunnen met z'n allen doen alsof Kevin een beetje dom is, maar het is juist andersom. Hij is de enige die het begrijpt. Hij is de enige die doorheeft dat we plaatselijke folklores als veldrijden en schaatsen hypen tot immense proporties en dat we het op een gegeven moment alleen nog maar over randzaken en relletjes hebben. Hij ziet als enige dat wij, met onze schreeuwende krantenkoppen, diepte-interviews, columns en magazines, met z’n allen heel moeilijk doen over iets wat niet moeilijk is.

Veldrijden is een uur lang door de modder sjouwen en aan het eind wint degene die het eerste over de streep is. Punt uit. Waarom zou je daar meer woorden aan vuil maken? Er komt een dag dat hij helemaal niks meer zegt tijdens een interview na de koers - wat de verslaggever ook vraagt. Net zolang totdat er alleen nog maar stilte is, met Kevin Pauwels in beeld. Wij kijken toe en wachten in spanning of Kevin ooit nog gaat praten, en wat hij zal zeggen.

Tien seconden, twintig seconden, een minuut, vijf minuten. En dan, na een eindeloos durend kwartier, opent Kevin Pauwels, de grootste filosoof van zijn tijd, zijn mond. Hij doet zijn oma de groeten. Daarna stapt hij op zijn fiets en rolt hij terug naar zijn camper - de wereld en de waan van de dag achterlatend in opperste staat van verwarring.