Hij ontving me in een gigantisch penthouse op de bovenste verdieping van een flatgebouw. Twaalf verdiepingen beneden ons stroomde de Clyde, links doemde de skyline van Glasgow op, recht tegenover ons kon ik nog net in de vallende schemering de contouren van Ibrox Park ontwaren.

Fernando Ricksen schonk me een mooie bel whisky in, we waren in Schotland nietwaar, en vond dat hij zelf ook wel een drupje had verdiend. Op die laatste zaterdag van september 2003 waren we getuige geweest van de thuiswedstrijd van Rangers tegen Dundee FC.

Ricksen keek geblesseerd vanaf de tribune toe, aan een botsing met ploeggenoot Henning Berg tijdens een Champions League-duel anderhalve week eerder met VfB Stuttgart had hij een akelige wond vlak onder z'n oog en een fikse hersenschudding overgehouden. Het weerhield hem er niet van om drie dagen na die match al weer het nachtleven van Glasgow onveilig te maken, tot grote verbolgenheid van de medische staf van Rangers.

"Ja sorry, ik ben geen type van thuis op de bank zitten", 'verontschuldigde' Ricksen zich. "Ik hoefde zaterdag niet te spelen, dus ga ik uit." Dat was nog niet zo'n ramp geweest als Ricksen bij het verlaten van de dancing niet de aandacht had getrokken van twee groepjes die met elkaar aan het ruziën waren. De ene groep, hoogstwaarschijnlijk bestaande uit Rangers-fans, juichte hun held toe, de andere, waarschijnlijk wat katholieker ingesteld, schold hem uit.

De politie moest eraan te pas komen om de verdediger te ontzetten en naar een taxi te leiden. 'Ricksen lokt vechtpartijen uit', stond er een dag later in de krant.

Opvolger Gascoigne

Het akkefietje was typerend voor het leven van Ricksen in die periode. Rondom Ricksen broeide het altijd en alles viel in geuren en kleuren terug te lezen in de Schotse tabloids die smulden van de avonturen van The Crazy Dutchman die vaker voor- dan achterop de kranten stond. Hij was een waardig opvolger van ex-Ranger Paul Gascoigne. Zo gek als een deur, die hij ooit na een interland met Oranje tegen Wit-Rusland nog intrapte ook.

Want de meeste munitie verschafte hij zelf. Als je gaat liggen rollebollen met bimbo Katie Price weet je twee dingen zeker: 1) je gaat je eigen vrouw ontzettend waarderen en 2) vanaf dat moment ben je de targetman van werkelijk elk pulpblad en daarvan zijn er nogal wat aan de overkant van de Noordzee. Het commentaar van Ricksen destijds: "Ik ben Fernando Ricksen, ik doe wat ik wil."

En hij schonk nog maar eens de glazen vol. Vertelde over z'n gescheiden ouders waarmee hij gebroken had, over een buitenechtelijk kind dat hij verwekt had in zijn AZ-tijd en dat hij terug was bij z'n vriendin. Bij het noemen van haar naam stroopte hij zijn mouw op en showde een flinke tatoeage aan de binnenkant van z’n arm. "Dit is de enige reden dat we weer bij elkaar zijn. Zoek maar eens een andere vriendin die ook Graciela heet." Z'n aanstekelijke lach vulde de immense ruimte.

In de tien jaar die sindsdien zijn verstreken, heb ik 'm nog maar één keer wat langer gesproken dan de gebruikelijke hé en hoi. In Sint-Petersburg waar hij bij Zenit onder contract stond. Hij had het niet makkelijk destijds. Hij was lang niet verzekerd van een basisplaats en z'n drankgebruik was ietwat uit de hand aan het lopen. Hij had weliswaar een injectie gehad waardoor hij misselijk zou worden van ook maar de geringste hoeveelheid alcohol, maar dat was bijna uitgewerkt en hij had weinig trek in een nieuw spuitje.

Die weigering werd bijna zijn dood. Drank en drugs deden hun vernietigende werking, zelfmoord spookte meermalen door z'n hoofd. Een Russische vriendin trok hem uiteindelijk uit de goot.

Advocaat

Ironisch genoeg heeft hij nu een nieuw doodvonnis te horen gekregen. Toen vorige week bij De Wereld Draait Door bleek dat hij de dodelijke spierziekte ALS onder de leden had, ging er een schok door de voetbalwereld. Ik hoorde het op de tribune bij AZ, de club waar ik hem voor het eerst zag voetballen. Toen ik later die avond Dick Advocaat confronteerde met het droevige nieuws was ook hij zichtbaar uit het veld geslagen. De man die hem naar Rangers en Zenit haalde, vergat op slag het bekerpotje van eerder die avond.

Zelf moest ik gelijk denken aan die confronterende spotjes met onder anderen Theodoor Doyer in de hoofdrol met die macabere tekst van 'Ik ben inmiddels overleden'. Toevallig hadden we het tien jaar geleden ook over de dood, naar aanleiding van die knalharde botsing met Berg.

Ricksen, toen: "Ik heb weleens gezegd dat ik doorga met voetballen tot aan m'n dood, nu was het al bijna zover. Het zou voor mij het ideale einde zijn. Horizontaal het veld af en niet meer wakker worden. Zo zou ik wel willen gaan."

Inmiddels is het echte gevecht met de dood begonnen. Zondag liet Ricksen op de website die gewijd is aan z’n biografie Vechtlust weten dat hij zich niet zielig voelt en van plan is om de eerste persoon te worden die ALS verslaat én overleeft. Ik hoop intens dat z’n voorspelling uitkomt.