Schaatscoach Jillert Anema is niet te spreken over de manier waarop de ploegenachtervolging in Nederland vorm gegeven wordt.

Door Anne Joldersma

Vooral de manier waarop technisch directeur en bondscoach Arie Koops de ploeg inricht kan op weinig begrip rekenen van de meest uitgesproken coach van Nederland.

"Ik vind Nederlands goud winnen het belangrijkst", legt de coach van de BAM-ploeg uit. "En het is ook prima dat er één persoon is die de beslissingen neemt. Ik vind het ook begrijpelijk dat je als bond (KNSB) en sportkoepel (NOC*NSF) zegt dat dit onze belangrijkste medaille is met de meeste kans op goud en dat je daarvoor dus op voorhand een team samenstelt", verwijst hij naar de twee aanwijsplekken voor de achtervolging.

"Maar ik vind het wel vervelend als mijn advies over de sterke en zwakke punten van mijn eigen schaatsers genegeerd wordt."

Bergsma

De coach verwijst daarmee naar de beslissing van Koops om BAM-schaatser Jorrit Bergsma afgelopen zomer uit de selectie voor de ploegenachtervolging, die verder bestaat uit Sven Kramer, Koen Verweij en Jan Blokhuijsen, te zetten. Daarnaast is hij van mening dat niet Bergsma, maar marathonschaatser Arjan Stroetinga zijn beste pupil voor de achtervolging is.

Hij komt, mede door de reglementen die verplichten dat een deelnemer aan de achtervolging in Sotsji ook actief is op een individueel nummer, echter niet voor in de plannen van Koops.

"Maar wat ik helemaal niet vind kunnen", vervolgt de gedreven Anema op zijn bekende toon, "is dat mijn uitleg over waarom de ene rijder geschikter is dan de ander uit mails wordt gehaald en dat die mails dan vervolgens worden doorgestuurd met als conclusie: zie je wel, Jillert wil niet meewerken."

"Zij komen bij mij voor overleg, maar voor mij hoeft dat niet meer. Ik ben er klaar mee. Ik heb er geen vertrouwen meer in, ik heb het gevoel dat er tegen ons gewerkt wordt in plaats van met ons." Gevraagd naar hoe de samenwerking tussen hem en de KNSB nu verloopt, antwoordt Anema: "mijn samenwerking met de bond bestaat niet."

"Ik wil dat we met zijn allen samen sporten en dat de beste wint. Ik leen me niet voor iets waar dat niet gebeurt. Dan ben ik weg, zoek het maar uit."

Kramer

Anema liet bij de presentatie van zijn BAM-ploeg in Thialf weten ernaar uit te kijken om weer met en tegen Kramer te sporten. Eén vraag is hij echter zat: hoe gaan zijn schaatsers Sven Kramer verslaan?

"Die vraag moet andersom gesteld worden. De afgelopen drie jaar heeft Sven ons niet verslagen op de tien kilometer. Hij is een geweldige atleet die er hard voor werkt en als hij hard schaatst kan hij ons natuurlijk verslaan. Maar ik denk dat wij de uitdagers op de vijf kilometer zijn en hij de favoriet en dat Sven de uitdager is op de tien kilometer en wij de favoriet."

De Friese coach wil zich in de aanloop naar de Spelen dan ook niet blind staren op de World Cups (bepalend voor de startvolgorde in Sotsji, red.), enkel om ervoor te zorgen dat zijn schaatsers na Kramer van start kunnen op de tien. De BAM-formatie overweegt de World Cup in Astana over te slaan terwijl het TVM van Kramer juist wel naar Kazachstan afreist met het oog op de startpositie.

"Maar dat helpt je helemaal niets. Als je niet harder kan, heb je ook niets aan het moment waarop je van start mag gaan. Na een concurrent starten is iets waar je alleen in het allrounden iets aan hebt, niet zozeer in een rit tegen de klok."

"Sterker nog, bij een volle bak tijdrit rijden werkt kennis nooit versnellend. Alleen maar vertragend. Hoe meer je nadenkt, hoe langzamer je gaat. Het kan gewoon niet. Je gaat niet harder rijden dan je kunt omdat je de tijd van je tegenstander kent."

BAM vindt Elfstedentocht belangrijker dan Sotsji

De Jong: 'Ik ben de beste op de tien kilometer'