Worstelen blijft een olympische sport. Dat heeft het IOC zondag besloten bij het congres in Buenos Aires.

Die beslissing betekent dat squash, dat nog nooit op de Spelen werd beoefend, en honk- en softbal, dat in 2008 voor het laatst van de partij was, het niet hebben gered.

De worstelaars zijn over drie jaar in Rio de Janeiro ook nog van de partij, maar zouden daarna geschrapt worden van het olympische programma. Daar komt nu verandering in.

Worstelen was al de favoriet voor de verkiezing, mede door de lobby van de Russische president Vladimir Poetin. De sport kreeg 49 stemmen, honk- en softbal had de voorkeur van 24 stemmers en squash ontving 22 stemmen.

Overleven

Het hoofdbestuur van het IOC kwam in februari van dit jaar met het zwaarwegende advies worstelen vanaf 2020 van het olympisch programma te schrappen. Volgens het uitvoerend comité voldeed de sport niet meer aan de olympische voorwaarden. Worstelen zou onder meer mondiaal te weinig in ontwikkeling zijn, niet genoeg tv-kijkers trekken en amper nog jeugd aantrekken.

Het voorgenomen besluit om de sport na 2016 te 'verbannen', leidde internationaal tot de nodige kritiek, vooral in landen waar worstelen nog steeds populair is. Zo leverden verscheidene worstelaars uit protest hun olympische medailles in.

De internationale federatie (FILA) voerde veranderingen door, zoals onder meer twee nieuwe gewichtsklassen voor vrouwen, een vereenvoudigd jurysysteem en een inkorting van de partijen van drie naar twee ronden. Mede daardoor belandde het worstelen, met 177 lidstaten en volgens de FILA wereldwijd dertig miljoen beoefenaars, alsnog op een shortlist met honkbal/softbal en squash als extra sport voor de Zomerspelen van 2020 en 2024.

''Dit was de belangrijkste dag in de drieduizendjarige geschiedenis van onze sport'', sprak FILA-voorzitter Nenad Lalovic uit Servië euforisch. ''Nu we onze olympische status hebben behouden, kunnen we overleven.''