De beste nummer 10 die we hebben, wordt elke keer gewoon geselecteerd. Robin van Persie koppelt diepgang en een passeeractie aan een timmermansoog voor de steekpass en een magnifieke traptechniek. Maar Van Persie staat sinds een jaar of vier in de spits en is zich ook zo gaan voelen en ontwikkelen.

Door Bart Vlietstra

Wesley Sneijder ontbreekt inmiddels een paar weken op de selectielijstjes bij Oranje en dat hebben we geweten. Vooral de anti-Van Gaalmedia komen columns en zendtijd tekort om hun diepgewortelde antipathie jegens de bondscoach te uiten. Zelfs de machtsstrijd bij Ajax wordt weer uit de mottenballen getrokken.

Sneijder is daarvoor een handig vehikel. Hij staat nog vers in het geheugen als de speler die de laatste twee toernooien het best presteerde, hij manifesteerde zich sindsdien nadrukkelijk als aanvoerder en spreekbuis. Hij is ook nog een mediageniek figuur, hij weet hoe de raderen werken. Op het juiste moment komt de juiste informatie over hem naar buiten.

Maakt niet uit. Hij is na Van Persie nog steeds één van de beste nummers tien die we hebben, maar is gedaald in de pikorde omdat het hem een seizoen lang om verschillende redenen niet lukte fit te worden.

Nu wordt Oranje gebouwd rond Van Persie. Voor een ideale klik tussen de nieuwbakken aanvoerder en een andere speler, denk ik niet meteen aan Sneijder, eerder aan Ibrahim Afellay.

Grappige jongen

Afellay, die al bijna een jaar tobt met een chronische kniepeesblessure, daar hoor je dus helemaal niemand over. Ik ken ook geen journalist die zijn nummer heeft. Als je erom vraagt, krijg je een spottend lachje van Ibi als antwoord. Afellay verafschuwt lijntjes. Ja, hij is een moeilijk figuur voor de media, hoewel hij als je hem een keer zonder opnamerecorder in je hand treft op het vliegveld best een grappige jongen kan zijn. Is dat dan de reden van het gebrek aan aandacht?

Aan zijn kwaliteiten en referentiekader kan het toch niet liggen. Afellay, grote man tijdens de kwalificatiereeks voor het EK 2012, werd anderhalf jaar geleden nog koortsachtig klaargestoomd voor dat EK na zwaar kruisbandletsel. De vorige bondscoach Bert van Marwijk achtte hem onmisbaar voor zijn rotatievoetbal voorin.

In de voorbereiding op dat toernooi liet de Utrechtse Marokkaan zien waarom. Afellay is geen absolute dirigent, meer een virtuoze eerste violist. Hij is minder vaak beslissend, maar net zo goed een handenbinder als de blikvanger. Een Scottie Pippen naast Michael Jordan, een Pedro Rodriguez naast Lionel Messi, een Robin naast Batman. Of in dit geval een Batman naast Robin.

Uiteindelijk bleek hij toch net te weinig overcapaciteit en ritme te hebben opgebouwd om te schitteren in het bloedhete Charkov.

Hij pikte de draad op bij Schalke dat hem huurde van FC Barcelona. Een seizoen in de loeizware Bundesliga zou de technicus tot een speler maken die geen zwakke punten meer heeft. Hij bezorgde de werkmannenclub de winst in de Kohlenpott-derby bij toenmalig kampioen Borussia Dortmund. Louis van Gaal liet weten een nummer 10 in hem te zien, maar plaatste hem, vanwege zijn clubwissel, nog even achteraan in de rij.

Asceet

Daarna begon het blessureleed, dat, oh drama, had kunnen worden voorkomen als hij meteen geopereerd was na de eerste symptomen. Als een asceet werkte Afellay aan zijn herstel. Maar dat kwam er maar niet van. Dinsdag kwam het kwade bericht dat de aanvallende middenvelder alsnog onder het mes moest en donderdag maakte Barcelona bekend dat hij er nog eens vier maanden uit ligt.

In de kwaliteitskrant was dat een berichtje bovenin de linkerkolom waard (dat zijn naam er vier keer verkeerd geschreven stond, zullen we maar op een menselijke fout houden). De wakkerste krant, die eerst nog krijste om verjonging maar nu weer om de 29-jarige Sneijder, wijdde er niet meer dan een veredelde voetnoot aan.

De twee jaar jongere, veel stillere, veel onfortuinlijkere, veel meer voor zijn vak levende Afellay zou je ook eens wat meer dan een alinea aandacht gunnen. Bij deze.