Arjen Robben heeft zijn nieuwe coach Pep Guardiola vrijdag aan diens eerste zege in de Bundesliga geholpen. De Nederlander maakte de openingsgoal tegen Borussia Mönchengladbach.

De regerend Duits kampioen en winnaar van de Champions League kende met een 3-1 zege op de ploeg van Luuk de Jong en Roel Brouwers een prima begin van de competitie.

Robben had niet lang nodig om zijn eerste goal van het seizoen te maken. Na een prachtige dieptepass van Franck Ribéry tikte de Nederlander met een handige voetbeweging de bal al in de twaalfde minuut achter doelman Marc-André ter Stegen. Hierdoor heeft Bayern nu 38 competitiewedstrijden op rij gescoord.

Niet veel later was het al 2-0 voor de regerend landskampioen. Robben nam een vrije trap vanaf links en Gladbach-doelman Ter Stegen redde op een inzet van Ribéry, maar Mandzukic was op zijn plaats om de rebound te nemen.

Op slag van rust moest de 'Rekordmeister' een tegenvaller slikken toen verdediger Dante na miscommunicatie met doelman Manuel Neuer een eigen doelpunt maakte: 2-1.

Oppermachtig

Ook na de pauze was Bayern echter oppermachtig. Na een uur schoot Toni Kroos al op de lat en halverwege de tweede helft kwam de thuisploeg op bizarre wijze op 3-1. Binnen een minuut kreeg Bayern twee strafschoppen vanwege hands.

Bij de eerste redde Ter Stegen knap op de inzet van Thomas Müller, maar toen Robben de bal uit de rebound weer voor wilde geven, maakte Gladbach opnieuw hands. Nu stelde David Alaba zich op achter de bal en werd de goalie van Borussia Mönchengladbach wel geklopt.

Na de 3-1 zette Bayern nog even aan. Een vierde treffer zat er echter niet meer in voor de ploeg van Guardiola. Die heeft, na de nederlaag in de Supercup, wel zijn eerste officiële zege als trainer van Bayern München op zak.

De Jong viel vlak voor tijd in bij Borussia Mönchengladbach, terwijl Brouwers niet bij de selectie zat.

Guardiola kon bij de opening van het seizoen nog niet beschikken over zijn twee belangrijkste aanwinsten, Mario Götze (geblesseerd) en Thiago Alcántara (ziek). De Spaanse trainer stuurde nagenoeg hetzelfde elftal het veld in als zijn voorganger Jupp Heynckes in de gewonnen finale van de Champions League tegen Borussia Dortmund. Alleen Javi Martinez was zijn basisplaats kwijtgeraakt aan Toni Kroos.