Marco Pantani (1970-2004) heeft fans over de hele wereld. Bewonderaars die hem hartstochtelijk aanbidden. Ik behoor niet tot die groep. Ik snap dat bewieroken maar moeilijk.

Door Nando Boers

Waarschijnlijk omdat ik hem een aansteller vond en ik in die tijd ook niet veel aandacht schonk aan wielrennen. Ik weet dat ik veel wielerfans op de ziel trap, maar dat piratenimago, dat oorbelletje en die bandana; aanstellerij buitencategorie.

Medelijden had ik vooral met Pantani. Waarom vaak dat verongelijkte, dat theatrale? Ik begreep die pathos niet. Ik had natuurlijk helemaal medelijden met hem toen ik las over die overdosis coke in zo'n armzalige hotelletje in Rimini in 2004.

Toen werd het zondagmiddag. Ik las dat Pat McQuaid, de voorzitter van de internationale wielerbond, erover nadenkt om Pantani zijn Tourzege uit 1998 af te nemen als deze zomer uit Frans onderzoek zou blijken dat Pantani epo zou hebben gebruikt. Ik kon maar één ding denken: het is bij de beesten af.

Wat zou die mallotige Ier denken daarmee te bereiken? Pantani is DOOD, Pat. Morsdood. En al een tijdje!

Gotspe

Iemand postuum een prijs toekennen is een teken van goede manieren, iemand na zijn dood strippen van een titel die vele anderen ook niet zouden verdienen omdat ze ook gedopeerd rondreden, dat is een gotspe. Vooral omdat Pantani zich niet kan verweren.

Het is goed dat er onderzoek wordt gedaan naar de dopinghandel en -wandel. Ik juich dat toe. Om dopingpraktijken in de toekomst te voorkomen en te leren van fouten uit het verleden, maar als iemand zich niet kan verweren, laat je hem met rust, Pat. Met een kille pen een streep door de naam van een dode zetten, getuigt van bitter weinig mensenkennis, sociaal inlevingsvermogen en menselijkheid.

Il Elefantino strippen van zijn Tour-zege is grafschennis.