"Oei, in Israël?", was de licht geschrokken reactie van sommigen toen ze hoorden dat ik Jong Oranje ging volgen op het jeugd-EK. "Is het wel veilig daar?" En: "Je zit toch niet in de buurt van de Gazastrook hè?"

Door Daan Smink

En dan vlogen we nog eens met El Al, de maatschappij van wie in 1992 een vrachtvliegtuig op twee Amsterdamse flats neerstortte, bekend als de afschuwelijke Bijlmerramp. Was dat wel verstandig?

Gewaarschuwd werd er ook voor de strenge veiligheidscontroles bij het vertrek vanaf Schiphol. ''Ze weten nu alles van mijn hele familie'', zei een collega die eerder afreisde en kennelijk stevig was ondervraagd.

Het viel allemaal ontzettend mee. De ondervraging vooraf (''Heb je zelf je koffer ingepakt'' etc.) was niet strenger dan bij een vlucht naar de Verenigde Staten, al moest je voor de afgezonderde incheckbalie 32 wel eerst voorbij drie marechaussees met een geweer in hun handen.

De vlucht met de Boeing naar Tel Aviv verliep prima, de maaltijd aan boord was lekker én zat bij de prijs in (daar kunnen Ryan Air en co een voorbeeld aan nemen). Bij aankomst hoefden we alleen ons paspoort te laten zien, waarna we zo konden doorlopen. Niet eens de vraag wat we hier eigenlijk kwamen doen. Waren we echt al door de veiligheidschecks heen?

Pot

Natuurlijk was het thema veiligheid voorafgaand aan het toernooi ook even ter sprake gekomen op een persmoment met Cor Pot. ''De veiligheid in Israël? Daar hebben we eerlijk gezegd niet eens over nagedacht'', zei de coach van Jong Oranje. ''De UEFA organiseert daar niet voor niets een toernooi. Dat zit wel goed.''

Het klonk eerder als een naïeve dan een geruststellende opmerking, maar toch: we hebben hier in Tel Aviv geen moment het gevoel dat het onveilig is. De Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever liggen volgens de kaart nog geen honderd kilometer verderop, maar als het honderdduizend kilometer was dan zou je het ook geloven.

Het zou net zo goed een Spaanse kustplaats kunnen zijn waar we vertoeven. Werden aanvankelijk nog wat flauwe grappen gemaakt over het thema veiligheid (ik zal ze hier maar niet herhalen), na een paar dagen was het al geen onderwerp meer. Niets in Tel Aviv verwees ook naar onlusten, laat staan naar aanslagen.

Gedenkteken

Maar we hadden niet goed opgelet, zoals zoiets je meestal verrast. Aan de mooie boulevard hadden we al een keer of drie uitstekend gegeten bij Mike's Place, toen iemand opmerkte dat er een gedenkteken voor dit naast de Amerikaanse ambassade gelegen restaurant stond.

Daarop drie namen, de datum 30-04-2003 en de tekst: 'Time will change everything, but that doesn't mean that we will forget you.' Erboven een gitaar.

Uiteraard direct gegoogeld. Tien jaar geleden werd hier door een Palestijn een zelfmoordaanslag gepleegd waarbij drie mensen omkwamen en meer dan vijftig gewonden vielen. Mike's Place lag uiteraard in puin, maar werd opnieuw opgebouwd. En nu zaten wij er te eten.

Nu we toch aan het googelen waren op 'aanslag Tel Aviv': het bleek uiteraard niet de meest recente actie van terreur hier. Slechts een half jaar geleden nog vielen tientallen gewonden bij een aanslag op een bus. En as we speak schijnt Syrië zelfs raketten op Tel Aviv gericht te hebben, om eventuele luchtaanvallen van Israël op Syrië direct te kunnen vergelden.

Dat alles was geen reden om ons van schrik in het eten te verslikken - we wisten in welk land we waren. Een vreemd idee was het wel, op een plek en in een stad waar je je geen moment onveilig had gevoeld. Maar ook in pakweg Spanje gaat weleens een bom af. De vraag die onbeantwoord blijft, luidt dus: welke criteria hanteert de UEFA bij het beoordelen of een land veilig genoeg is om een internationaal toernooi te organiseren? Want echt 'goed' zit het nooit.