Johan Bruyneel zou graag het stilzwijgen doorbreken over de dopingzaak rond zijn oud-pupil Lance Armstrong. Maar tot zijn grote frustratie moet hij van zijn advocaten zijn mond houden.

''Ik word afgeschilderd als duivel. Dat is zwaar'', zegt de oud-ploegleider van de Amerikaanse wielrenner dinsdag in het Belgische blad Humo.

''Ik sta te popelen om mijn verhaal naar buiten te brengen, maar mijn advocaten hebben me opgedragen om te zwijgen. Het wordt allemaal toch maar tegen mij gebruikt. Heel frustrerend.''

Bruyneel wordt gezien als het grote brein achter het dopinggebruik van Armstrong en zijn ploegmaten bij US Postal. ''Deze aanklachten vallen me zwaar, heel zwaar. Als mijn moeder in tranen belt omdat ze iets slechts over mij gelezen heeft, breekt dat mijn hart."

"Vooral omdat het pertinente leugens zijn. Ik kan iedereen recht in de ogen kijken. Ik heb nooit iemands gezondheid in gevaar gebracht.''

Rancune

Volgens Bruyneel was de hele zaak niet naar buiten gekomen als hij Floyd Landis in de ploeg had opgenomen na het aflopen van zijn dopingschorsing. Ook de rentree van Armstrong in 2009 wakkerde rancunegevoelens aan bij Landis, die zijn oude kopman in 2010 van dopinggebruik beschuldigde.

"Als Armstrong niet was teruggekomen en als ik Landis opnieuw in de ploeg had opgenomen, dan was dit alles nooit gebeurd. Daar ben ik tweehonderd procent van overtuigd. Zonder die twee feiten zouden we helemaal anders praten."