De UCI zal op zeer korte termijn de informatie die het in de loop der jaren vergaarde over Lance Armstrong overdragen aan het Amerikaanse antidopingbureau USADA en het mondiale antidopingagentschap WADA.

Dat verklaarde voorzitter Pat McQuaid van de UCI tijdens een zitting van een commissie van de Franse senaat over doping. Onder meer de bevindingen van laboratoria zullen worden overhandigd.

McQuaid ontkende opnieuw dat Armstrong, die in januari bekende jarenlang doping te hebben gebruikt, een speciale behandeling kreeg. “De UCI beschermde hem niet, volgens mij heb ik dat al heel vaak benadrukt."

De Ier sprak ook een bewering van de directeur van het Zwitserse antidopinglaboratorium, Martial Saugy, tegen dat de UCI te weinig actie ondernam na een verdachte test van Armstrong in de Dauphiné Libéré van 2002.

"Het probleem in die tijd - ik was nog geen voorzitter van de UCI - was dat de epotest nog niet was gecertificeerd. Een dopingcontrole kon positief of negatief uitvallen en dat was het."

"Je kon niet eens beweren dat iets verdacht was, want dan had iemand een zaak kunnen beginnen tegen ons. We konden ons wel richten op een renner, wat ook gebeurde met Armstrong in de Tour de France van 2001 (een test in de Ronde van Zwitserland van de Texaan van 2001 was verdacht, red.)."

5,5 miljoen euro

McQuaid vindt het onterecht dat de UCI de schuld in de schoenen kreeg geschoven voor wat het USADA in zijn omvangrijke rapport over de praktijken van Armstrong en US Postal het ‘meest professionele, succesvolle en geavanceerde dopingsysteem’ in de sportgeschiedenis noemde.

"We doen meer dan andere bonden. Elk jaar geven wij 5,5 miljoen euro uit aan de bestrijding van doping. Als we meer geld hadden, had ik nog meer uitgegeven."