Mauro Santambrogio kan maar moeilijk geloven dat hij na afloop van de eerste rit in de Giro d’Italia positief op epo heeft getest en is daarom van zins op een contra-expertise aan te dringen bij de UCI.

De mondiale wielerunie maakte maandag bekend dat bij de renner van Vini Fantini-Selle Italia op 4 mei sporen van het verboden middel werden aangetroffen.

"Ik kan alleen maar zeggen dat ik er met mijn hoofd niet bij kan en dat ik zo snel mogelijk een contra-expertise aan zal vragen", zegt de 28-jarige coureur in gesprek met Ansa.it.

Santambrogio won de veertiende etappe in de Giro, nadat zijn landgenoot Vincenzo Nibali hem de overwinning gunde na een door barre weersomstandigheden geteisterde rit naar Bardonecchia, en eindigde als negende in het algemeen klassement.

De Italiaan kende een opvallend goede start van het huidige wielerseizoen, maar moet daar nu noodgedwongen een einde aan maken. De UCI schorste de renner voor vooralsnog onbekende tijd en zijn werkgever Vini Fantini zette hem op straat.

Einde project

Het schandaal rond Santambrogio is al de twee dopingaffaire bij de Italiaanse equipe in korte tijd. Eerder werd Danilo Di Luca bij een out-of-competition-controle, vijf dagen voor de start van de Ronde van Italië, positief getest op epo.

Als gevolg van de dopinggevallen staat de wielerploeg op instorten, vertelt sportief directeur Luca Scinto aan Tuttobiciweb.net. "Alles is over, dit betekent het einde van het hele project."

Daarnaast laat Scinto weten dat de ploeg de wildcard voor de Ronde van Lombardije teruggeeft. "Dat doen we uit respect voor de organisatie in deze tijd van schaamte."