"Ik dacht: ik speel gewoon service-volley. Dat doe ik nooit, maar dan stond ik alvast bij het net om hem te feliciteren." Martin Verkerk sprak de woorden na zijn partij tegen Luis Horna in 2003.

Door Jasper Boks

Hij stond met 6-4, 4-6, 6-4 en 5-2 achter in de tweede ronde op Roland Garros en de nummer 88 van de wereld uit Peru, die een ronde eerder Roger Federer al had verslagen, had ook nog eens drie matchpoints: 0-40 op de service van Verkerk.

Einde verhaal, snel terug naar Nederland waar hij toch al met maatje Raemon Sluiter had afgesproken een biertje te gaan drinken in het weekend, zo dacht hij. Maar Verkerk sloeg de wedstrijdpunten weg en wist de set alsnog met 7-5 te winnen. Hij won ook de vijfde set, met 6-2. Daar begon het, the rest is history.

Rocky

We hebben er de afgelopen jaren smakelijk over gesproken. Zijn opmerkingen rakelen we op, de wedstrijden die hij speelde in Parijs, zijn gedrag op de baan en hoe de collega's van buitenlandse media naar ons toe kwamen voor informatie over de man die John McEnroe betitelde als Rocky met een tennisracket. Het was niet alleen het sprookje van Verkerk, ook voor de journalisten die erbij waren was het een ervaring om nooit meer te vergeten.

Deze twee weken is het precies tien jaar geleden dat Verkerk geschiedenis schreef door 'zomaar' de finale van Roland Garros te halen. Een reconstructie over dat toernooi is zo geschreven, de herinneringen zijn nog vers, al zijn de verhalen met het verstrijken van de tijd wellicht een tikkeltje sterker geworden, zoals dat gaat met 'gebeurtenissen waar je bij moet zijn geweest'.

Sushi en garnalen

Het sprookje begon twee dagen voor zijn debuut in het hoofdtoernooi in Parijs. Bij de Japanner. Verkerk was er heen gegaan met zijn Nieuw-Zeelandse coach Nick Carr, omdat die meteen naast zijn hotel zat. De volgende dag zat hij er opnieuw, want: goed bevallen en lekker makkelijk. En na de partij in de eerste ronde, een eenvoudige zege op de Kroaat Zeljko Krajan, was het opnieuw Japans wat de pot schafte. Twee biertjes erbij om zijn eerste zege in het hoofdtoernooi te vieren.

Na zijn ontsnapping tegen Horna hetzelfde ritueel. Naar de Japanner, zelfde gerechten - sushi en garnalen - en twee biertjes erbij. Verkerk maakte zichzelf wijs dat hij zijn zeges te danken had aan de Japanner. Hoezo bijgeloof. Hij deed er niet moeilijk over, verklapte dat hij zich had voorgenomen in hetzelfde restaurant te blijven eten tot zijn uitschakeling, hoewel wat variatie geen kwaad kon, besefte hij. Maar ja, hij kon natuurlijk die winnende strategie niet veranderen.

In de derde ronde trof hij met Vince Spadea voor het eerst een geplaatste speler. De Amerikaan was de nummer 29 van de plaatsingslijst, maar Verkerk wist dat hij hem kon hebben. Dat had hij vlak voor de Franse Open ook gedaan.

Slappe was

De 24-jarige Verkerk was voor hij aankwam in Parijs al goed bezig. Eigenlijk begon zijn opmars toen hij met Carr in zee ging in 2001. Hij was in de jeugd een talent, was Nederlands kampioen bij de junioren, maar deed niet alles voor zijn sport. Zijn vader die goed in de slappe was zat, besloot maar weer eens in de tenniscarrière van zijn zoon te investeren en betaalde Carr. Het klikte, de Nieuw-Zeelander was streng, maar Verkerk luisterde. Hij won ineens challengers, met zijn harde opslag en prima backhand werd hij een gevaarlijke klant. Maar in de kwalificaties van Roland Garros werd hij uitgeschakeld door ene Eric Prodon. Hij reisde af naar Turijn voor een challenger en won die.

In augustus 2002 kwam hij de top honderd in en debuteerde hij op de US Open in het hoofdschema van een Grand Slam-toernooi. In februari 2003 won hij het ATP-toernooi van Milaan door in de finale Yevgeny Kafelnikov te verslaan en op de graveltoernooien van Rome en Sankt Pölten had hij de kwartfinale en de laatste vier gehaald. Hij kwam op Roland Garros aan als nummer 46 van de wereld. Zijn doel? Misschien was het mogelijk de derde of vierde ronde te halen.

Mighty Marty

Tegen Spadea had hij de partij tegen Horna nog in de benen. Verkerk verloor de eerste set met 7-5, kreeg twee breakpoints tegen op 3-2 in de tweede set. Hij werkte ze weg, riep de hulp in van de oranje gekleurde fans op de tribune. Ze hielpen hem over het dode punt, Verkerk toonde zijn emoties na mooie punten en won de partij in vier sets. Hij had de laatste zestien gehaald, sprak van een droomdebuut. En Carr? Die zei na afloop dat er niets anders op zat dan maar weer naar de Japanner te gaan die avond. 

In de vierde ronde wachtte Rainer Schüttler, de nummer elf van de wereld. De wedstrijd werd gespeeld op het center court en Verkerk toonde geen moment plankenkoorts. In drie sets blies hij de Duitser van de baan. Op 6-5 sleepte hij de winst met vier aces op rij binnen. Ineens had de buitenlandse pers Mighty Marty ontdekt. "Where the hell have you been", luidde de eerste vraag. Hoe was het mogelijk dat hij in anderhalf jaar van 180 naar vijftig steeg op de wereldranglijst? Stond hij niet te boek als een flierefluiter? Was hij de tweede Richard Krajicek? Van wie had hij die fantastische opslag en backhand geleerd? Verkerk kreeg de lachers op zijn hand met zijn leuke antwoorden. Hij gaf aan dat hij een laatbloeier was, dat hij blij was dat hij tot zijn 21ste een stapper was.

Zijn ouders en oma schoven aan bij de Japanner, net als zijn broer die voor elke partij op en neer reed van Nederland naar Parijs.

Gekkenhuis

In de kwartfinale moest hij het opnemen tegen Carlos Moya. De Spanjaard, nummer vier van de wereld en oud-winnaar van Roland Garros, gold als de grote favoriet op Court Suzanne Lenglen en had de Nederlander vooraf als een 'mysterie' bestempeld, omdat hij niet veel van hem wist. Verkerk walste tweeënhalve set over Moya heen, die niet wist waar hij het moest zoeken. De voormalig nummer één van de wereld nam in de derde set het heft over, won set drie en vier. Het einde leek nabij. In de razendspannende vijfde set dreef Verkerk op adrenaline. Hij toonde zijn vuistje, wees naar zijn oranje zweetband om zijn pols, liet zijn emoties na mooie punten de vrije loop. Het Franse publiek vond het prachtig en koos massaal zijn kant. Verkerk won de vijfde set, de tweede uit zijn loopbaan na die tegen Horna, met 8-6.

Het was een gekkenhuis rond hem na afloop. De persruimte puilde uit voor zijn persconferentie. "Als iemand mij een jaar geleden had gezegd dat ik op Roland Garros van Moya zou winnen, had ik geantwoord: laten we lekker een biertje gaan drinken", zei hij. De internationale media smulden van de extraverte Nederlander. Beelden van de partij gingen de hele wereld over, zijn gezichtsuitdrukkingen kwamen in slow motion voorbij. Hij sierde de cover van alle kranten met zijn gebalde vuist, terwijl hij het uitschreeuwde met de ogen wijd opengesperd. "Ik zie er niet uit, echt lelijk. Maar ik ben hier niet om mooi te zijn, ik probeer het toernooi te winnen."

In de halve finale moest hij het opnemen tegen de Argentijn Guillermo Coria, die Andre Agassi had verslagen. Maar voor het zover was, wachtte…. Juist: de gang naar de Japanner. Zijn entourage werd steeds groter. Moya toonde zich een groot sportman door hem een fles champagne cadeau te doen. Voor moeder Verkerk, die altijd al gecharmeerd was van de Spanjaard, waren er drie zoenen.

Rare kop

Op het center court ging hij na drie sets languit op zijn rug in het gravel liggen. Eerst de handen naar het hoofd uit ongeloof, daarna de vuisten gebald, de tong uit de mond. "Die rare kop van me; je houdt ervan of niet", lachte hij na afloop toen hij de beelden van vlak na het matchpoint zag. Na Tom Okker in 1968 en Richard Krajicek in 1996 stond er in 2003 voor de derde keer een Nederlander in de finale van een Grand Slam-toernooi. Opnieuw begon hij als underdog aan de partij, weer won hij van een gravelbijter. Het slachtoffer was Coria.

De Argentijnse nummer zeven van de wereld gooide gefrustreerd zijn racket weg na het verlies van de tiebreak van de eerste set, miste op een haar na een ballenmeisje en ontliep maar net diskwalificatie. In de partij kwam hij niet meer. "Het is een droom, of eigenlijk een grote grap", vertelde Verkerk na afloop. En hij vertelde de media over zijn ontmoeting met McEnroe op het park. "Hij vertelde dat ik volwassener was geworden. John McEnroe, een mooiere vent is er niet. Hij gaf me zelfs een hand. Het is toch John McEnroe."

De eigenaar van de Japanner groeide uit tot zijn grootste fan. Zijn omzet was flink gestegen dankzij het dagelijkse bezoek van Verkerk en zijn entourage. Tijdens het zeventiende bezoek aan het restaurant werd af en toe een fles champagne op tafel gezet. Rondjes van het huis. Iedereen nam het ervan. Behalve de finalist zelf. Die hield het, traditiegetrouw, bij twee biertjes.

Vrijgezel

In oranje gehulde fans kwamen naar Parijs en probeerden op de zwarte markt kaartjes te bemachtigen. Jack van Gelder was speciaal ingevlogen en nam plaats in een speciaal ingerichte studio van de NOS. Nederland stemde massaal af op de finale tegen Juan Carlos Ferrero, de Spaanse nummer drie van de wereld en voor het toernooi al bestempeld als favoriet voor de titel.

Verkerk denkt in de catacomben van het stadion aan zijn neef en een goede vriend, die beiden zijn overleden aan kanker. De vriend had nog tegen hem gezegd dat hij zoveel talent had, vertelde hem daar wat mee te doen en te laten zien wie hij was. Die woorden schoten door zijn hoofd. Voordat hij Court Philippe Chatrier op moest draaide hij zoals voor elke wedstrijd Ik leef mijn eigen leven van André Hazes, zijn lijflied.

Het mooie weer van de voorgaande dagen heeft plaatsgemaakt voor koud, grauw en winderig weer. Het leek een slecht voorteken. Verkerk kon niet nog een keer stunten. Een strijd werd het nooit. Het werd 6-1, 6-3, 6-2. Een anti-climax. "Ik wilde A-B-C-boem spelen. Serveren, twee harde klappen en afmaken. Daar kwam niets van. Het ging meteen bij A al fout." Dan: "Dit kan niemand mij meer afpakken en laten we het niet erger maken dan het is: ik heb verloren van een betere speler, een topper."

Op de tribunes was Karen Mulder getuige van de nederlaag. Tijdens de persconferentie kreeg hij te horen dat het Nederlandse topmodel er was. Vrijgezel Verkerk: "Ik heb verloren én Karen Mulder gemist. Dubbel pech op één dag."

Zwangere zeekoe

Het sprookje was voorbij, maar als nummer veertien van de wereld en met een vette cheque verliet hij Parijs. Verkerk was in twee weken tijd uitgegroeid tot een bekende Nederlander. Hij werd rondgereden door zijn woonplaats Alphen aan den Rijn, werd uitgenodigd voor televisieprogramma’s. Tegen het Algemeen Dagblad zei hij in 2008, vijf jaar na zijn succes: "Dancing with the stars heb ik maar afgeslagen. Ik kan toch niet dansen? Ik heb het ritme van een zwangere zeekoe."

In december 2008, op zijn dertigste, kwam een einde aan zijn carrière. Aan zijn hoogtijdagen als tennisser kwam in juli 2004, slechts een jaar na Roland Garros, een einde. Verkerk won in Amersfoort zijn tweede ATP-titel, maar op dat moment was het al helemaal mis met zijn schouder. Operaties en een lange revalidatie volgden, pas in 2007 keerde hij terug in het circuit. Maar Mighty Marty was hij toen niet meer op de baan.

Verkerk-antwoord

Het waren twee geweldige weken, tien jaar terug. Een gevoel van heimwee en melancholie bekruipt me hier in Parijs. Verkerk is vandaag de dag tennistrainer bij de Apex Tennisacademie in Noordwijkerhout en heeft de ambitie om Nederlandse tennistalenten klaar te stomen voor een profcarrière.

De komende dagen keert hij terug op Roland Garros en buitenlandse journalisten vragen hoe het met hem is. Ze lachen bij het uitspreken van zijn naam. Verkerk is weer even hot, interviews met hem sierden de kranten in Nederland. Of het bereiken van de finale op Roland Garros het mooiste moment van zijn leven was, werd hem ooit gevraagd. Er volgde een typisch Verkerk-antwoord. "Met kleren aan wel, ja."