De Jupiler League bestaat komend seizoen uit twintig teams. Dat zijn de KNVB en de clubs uit de eerste divisie maandagavond overeen gekomen.

De bedoeling is dat er volgend seizoen twee beloftenteams en twee amateurteams toetreden. Na twee jaar zal de nieuwe opzet worden geëvalueerd.

Vorige week zorgde de Coöperatie Eerste Divisie (CED) voor de nodige ophef door op verzoek van tv-producent Fox akkoord te gaan met het instromen van twee beloftenteams in de Jupiler League. Dat zou ten koste gaan van de door de KNVB beoogde doorstroming vanuit de Topklasse. In het voorstel van een divisie met twintig clubs bleken alle partijen zich te kunnen vinden.

Bert van Oostveen, directeur van de KNVB, is blij met het akkoord. ''Het is in het belang van het gehele betaald voetbal zonder meer een positief gegeven dat we consensus hebben kunnen bereiken vanavond.''

''Het uitgangspunt is een competitie met twintig clubs door in principe twee amateurclubs en twee beloftenteams toe te voegen. Wij zullen er gezamenlijk hard aan werken om dit zo spoedig mogelijk te kunnen bekrachtigen.''

Volgens Simon Kelder, CED, is er een groot draagvlak voor de nieuwe plannen.

''Er is opnieuw en op een constructieve manier met onze achterban gesproken. Dit heeft er toe geleid dat de overgrote meerderheid nu voorstander is van het toevoegen van zowel beloftenteams als amateurclubs en dus om komend seizoen met twintig teams te spelen in de Jupiler League. De competitie zal daardoor in aantrekkelijkheid voor clubs, publiek en media toenemen. De competitieopzet wordt nu verder uitgewerkt en ingevuld.''

Door de faillissementen van AGOVV en Veendam slonk het aantal clubs in de Jupiler League afgelopen seizoen naar zestien. Amateurkampioenen Katwijk en Achilles'29 en de beloften van Ajax en FC Twente hebben de beste papieren om dat gat op te vullen en tot het betaald voetbal toe te treden.