Het jongetje was er ook. Dat was logisch, want het jongetje was er altijd als er werd gevoetbald. Sommigen dachten dat hij woonde op het trapveldje.

Door Thijs Zonneveld

Hij droeg een te grote rode maillot onder zijn voetbalbroekje, dezelfde als altijd. Hoe vaak hij er ook om werd uitgelachen, en hoe vaak hij ook huilend naar huis vertrok omdat hij ermee was gepest: de volgende dag had hij 'm weer aan.

Soms mompelde hij dat die maillot zijn spieren warm hield, want die waren nogal kwetsbaar - maar dan werd hij alleen nog maar harder uitgelachen.

Toen er werd gepoot (schat ligt boven, geen trucjes) om de partijen te kiezen staarde het jongetje naar de punten van zijn schoenen. Hij maakte zich nerveus, net zoals alle andere jongetjes en meisjes op het trapveldje - want een genadelozer ritueel dan poten bestaat niet.

Het is natuurlijke selectie in zijn kaalste vorm. Als laatste overblijven op een veld vol kinderen is genoeg reden voor een knol van een jeugdtrauma.

Dikke Henkie

Het jongetje hoopte dat hij als eerste zou worden gekozen, maar hij kon net zo goed als laatste blijven staan. Met hem was het nu eenmaal altijd alles of niks. De ene keer wilden de anderen hem per se in hun team hebben, de andere keer kozen ze nog liever dikke Henkie.

Dat lag er vooral aan hoe hij de dag ervoor had gespeeld. Als hij zijn team met zijn eindeloze solo's naar de overwinning had gepingeld werd hij meteen uit de rij gehaald; maar als hij bij de beslissende goal, vlak voor het aangaan van de straatlantaarns, via de rechterteen van de keeper naast had geschoten werd hij verguisd, bespuugd en uitgescholden - en moest hij dagenlang de vernedering ondergaan om als laatste te worden gekozen.

Met hem was het zwart of wit; haat of liefde - maar nooit tegelijk. Zo verschrikkelijk goed, maar ook zo verschrikkelijk irritant. Het ene moment was hij de held van het veld, het andere moment lag hij huilend in het gras omdat iemand gemeen naar hem had gekeken. Hij was één met de bal, maar ook alleen met bal. Aan overspelen deed hij niet; als het even kon mikte hij zelfs de corners op zijn eigen hoofd. En als hij bij een 12-0 voorsprong (alle goals van hem) niet de penalty voor de 13-0 mocht nemen, dan ging hij zijn moeder halen.

Uitgescholden

Je had het team, en je had het jongetje. Nooit hoorden ze bij elkaar. Hij was het bewijs dat voetbal ook een individuele sport kan zijn. Zelfs de overwinning vieren deed hij het liefst alleen, met zijn gezicht verborgen in het gras.

Afgelopen zaterdag stond het jongetje op een veld in Londen, tussen eenentwintig mannen. Hij werd 88 minuten lang uitgescholden door zijn teamgenoten en zijn trainer omdat hij kans op kans op kans verprutste. Maar vlak voordat de lichten uit gingen maakte hij met één pingelactie alles goed.

Morgen wordt Arjen Robben weer als eerste gekozen.