Elke week stellen we een vraag aan Mart Smeets. De vraag van deze week: de play-offs in de NBA naderen hun climax. Welke speler is jou opgevallen?

Door Mart Smeets

Er zijn tijden geweest dat mensen op hun voorhoofd wezen als Chris Andersen, de profbasketballer, in hun buurt verscheen. Hij viel niet alleen op door zijn lengte (2.08 meter), maar zeker ook door de nauwelijks te missen serie aan tatoeages over zijn gehele lichaam.

Deze vorm van bodypainting hoort weliswaar bij de NBA-cultuur, maar door het gebruik van vele (zeer opvallende) kleuren op het lijf neemt Andersen een vrij opmerkelijke plaats in bij alle 'getekenden' van de NBA.

Nou hoort een sportend mens beoordeeld te worden op zijn of haar presteren, maar dat is in het geval van deze speler toch niet altijd het geval geweest. Andersen was voor velen die hem niet kenden altijd een vreemde vogel.

De afgelopen weken, spelend voor de Miami Heat op het allerhoogste toneel van de basketbalwereld, maakt Andersen duidelijk dat uiterlijk er dan misschien wel toe doet, maar dat zijn manier van spelen en zijn hele optreden binnen de met sterren opgetuigde ploeg uit Miami veel belangrijker zijn.

Andersen, 34 jaar oud al en op het moment van schrijven met 524 NBA-wedstrijden achter zijn naam zeker een veteraan te noemen, heeft (op zijn minst) een opmerkelijke carrière achter zich liggen.

Hij ging slechts één jaar naar een volkomen onbekend juniorcollege in de Texaanse plaats Brenham. Die school heette Blinn College en Andersen was al vertrokken voordat hij, op wat voor manier dan ook, naam gemaakt had.

Hij was een in Californië geboren jonge vent die lang haar droeg, die in Texas was opgevoed als country boy en die graag ging jagen en vissen. Niets deed toen (in 1999) denken aan de cultachtige vedette die hij tegenwoordig is.

Minimumsalaris

Omdat hij zijn horizon wilde verbreden, ging hij naar de Chinese eredivisie. Daar, in Nangang, vond men hem een introverte Yankee die zich wel trachtte aan te passen aan het leven en de manier van spelen in China, maar die al snel weer terugkeerde naar zijn eigen Texas.

Je moet goed zoeken om hem daarna tegen te komen in de grote basketbalwereld. Hij speelde voor de Fargo Moorhead Beez en later in de opleidingsafdeling van de NBA voor de Fayetteville Patriots. Mooie namen, onopvallende shirts, urenlange busreizen, minder dan een minimumsalaris en er was, in die dagen, geen enkele grote ploeg in hem geïnteresseerd.

Hoe en waar verscheen deze man dan voor het eerst op onze radar? Was dat toen hij door de Denver Nuggets opgepikt werd en een zelden spelende, snelle forward werd die van drie, langzaam naar elf en daarna naar 27 tatoeages op zijn lijf ging?

Het noodlot wilde dat hij, in 2005, een bijna tragische hoofdrol in de NBA Dunk Contest speelde. Je kan de beelden nog wel terugzien: Andersen, de witte, onhandige springer in een veld van artistieke dunkers, werd het lachertje van de avond in Pepsi Center in Denver toen hij niet alleen zijn thuispubliek, maar iedereen aan de televisie, verbaasde door liefst zeven keer mis te dunken bij zijn poging in de eerste ronde.

De aan de kant van het veld zittende, doorgewinterde NBA-profs lachten hem uit, wezen hem na en het publiek wist niet wat te doen. Zijn achtste dunk ging pas goed; zijn naam was gevestigd.

Bezienswaardigheid

Een jaar later werd Andersen uit de NBA gegooid. Met een harde klap nog wel; hij had de strenge dopingwetten overtreden en kon twee jaar brommen. Op welk spul hij betrapt was, werd niet bekendgemaakt en is nog steeds onbekend. Het moest van zeer zwaar kaliber zijn, gezien de maximale straf op dat moment.

Andersen kwam in 2008 terug bij de New Orleans Hornets en toonde toen een al weer wat voller ingetekend en gekleurd lijf; hij werd een bezienswaardigheid die niet bijster veel speeltijd kreeg en later weer terugkeerde naar Denver.

In 2012 werd hij, zo leek het, voorgoed losgelaten door de NBA. Denver gebruikte de amnestieregel om hem te lozen; een duiding dat hij te duur was en dat onvoorwaardelijk ontslag de club centen scheelde: hij kon gaan, het had er alle schijn van dat zijn loopbaan tot stilstand was gekomen.

En dan wordt het 2013. Andersen is niet in shape als de Miami Heat zich komt melden. Gedurende de All Star break van februari wordt hem aangeraden fysiek te gaan beulen omdat de Heat, de uittredende kampioen en de ploeg die volbehangen is met vedettes en kampioenen, een plaats voor hem open heeft: hij moet hun schot blockende, reboundende invaller-vanaf-de-bank worden.

Juist: een rolspeler die weinig minuten zal krijgen, maar die als pinchhitter kan worden ingezet als de wedstrijd daarom vraagt.

We zijn nu drie maanden verder en ineens is daar de rustig spelende, hard werkende, zwijgende, nauwelijks schoten missende Chris Andersen. Daar is 'Birdman'. Hij is volledig opgenomen binnen de Heat-selectie; niemand van de organisatie zet vraagtekens achter zijn naam en ach ja, hij heeft nog wat meer tekeningen op het lijf en ach ja, niet iedereen draagt zijn haar zoals hij.

Vreselijk nuttig

Andersen speelt slim en goed. Hij vult de lijnen die open komen te liggen als de vedetten bezig zijn, hij mept eens een bal weg, pakt krachtige, belangrijke rebounds en is de grote verrassing van de lopende play-offs.

Ik vind het een genoegen om naar zijn spel te kijken; hij maakt namelijk weinig fouten en speelt volkomen complementair en slim. Hij schiet niet van afstand, maar doet zijn aanvallende werk in de buurt van de ring; hij speelt dus voortdurend binnen zijn limiet en dat maakt hem zo vreselijk nuttig.

Op zijn rug staat Birdmann. Met tweemaal de letter 'n'. Hij lacht vragen daarover weg: "Schrijffout…ach, laat maar." Er zijn mensen geweest die het aantal tatoeages op zijn lijf hebben proberen te tellen. Het is makkelijker zijn opmerkelijke scores tot nu toe te catalogiseren. Andersen speelt tot nu toe een zeer, zeer opvallende reeks wedstrijden. Intelligent en goed. En dat voor een speler die volkomen afgeschreven was. Al meerdere malen.