Chelsea heeft woensdagavond in Amsterdam de finale van de Europa League gewonnen. De Londenaren wonnen in de Arena met 2-1 van Benfica. Branislav Ivanovic besliste het duel in blessuretijd met een rake kopbal.

Chelsea is daarmee de eerste club die eerst de Champions League en een seizoen later de Europa League/UEFA Cup wint. Voor Benfica liep de finale wéér uit op een drama. 

De Portugezen voelen zich vervloekt sinds de Hongaarse trainer Béla Guttmann de club in 1962, na twee keer winst van de Europa Cup I, boos verliet. 

Hij riep bij zijn afscheid dat de 'Adelaars' in geen honderd jaar meer een Europese beker zouden pakken en die woorden rusten nog steeds als een zware last op de schouders van de club uit Lissabon. Ook de zevende Europese finale leverde een nederlaag op, al leek het aanvankelijk heel anders te lopen.

Portugese storm

De ploeg van trainer Jorge Jesús tikte Chelsea in de eerste helft bij vlagen weg, maar verzuimde steeds de trekker over te halen. Het gelouterde Chelsea overleefde de Portugese storm en was kort voor rust zelf dicht bij een doelpunt via Frank Lampard. De topscorer aller tijden van de 'Blues' zag dat zijn zwabberschot over het doel werd getikt door keeper Artur.

Benfica opende de tweede helft met dezelfde passie en aanvalslust als in de eerste helft, maar verzuimde opnieuw door te drukken. Oscar Cardozo scoorde weliswaar met het hoofd, maar scheidsrechter Björn Kuipers constateerde dat de Paraguayaanse spits dat vanuit buitenspelpositie deed. 

Zoals zo vaak in het voetbal viel het doelpunt in de 61e minuut aan de andere kant wel. Fernando Torres zette Ezequiel Garay en Luisão knap opzij, passeerde Artur en schoof de bal in het doel: 0-1.

De Portugezen leken even aangeslagen, maar gingen met Ola John als invaller snel op jacht naar de gelijkmaker. Die kwam amper tien minuten later, nadat Kuipers in het strafschopgebied een handsbal van César Azpilicueta had gezien. Cardozo bleef koel vanaf elf meter: 1-1. 

De moegestreden Portugezen leken de verlenging te halen, maar gingen in blessuretijd alsnog door de knieën door een knappe kopstoot van Ivanovic: 2-1.