"Zo'n finale is een wedstrijd op zich." "Er is geen favoriet aan te wijzen." "Benfica staat niet voor niets in de finale." "Chelsea staat niet voor niets in de finale."

Door Daan Smink

Het was weer eens een aaneenschakeling van clichés, de persconferentie van beide clubcoaches en een viertal spelers voorafgaand aan de eindstrijd van de Europa League.

Meerdere vragen gingen niet eens over de finale van de Europa League, maar over die van de Champions League, het enige Europese bekertoernooi dat écht lijkt te tellen. Zelfs Benfica en Chelsea vinden dat, al zeiden ze het niet hardop.

Moeten we dan maar niet kijken vanavond? Juist wel! Vijf redenen waarom het toch een razend interessante wedstrijd zal worden in de Amsterdam Arena.

1. Frank Lampard

Het is waarschijnlijk zijn laatste kans om de wereld te laten zien wat een geweldenaar hij is. En reken maar dat er nog wat in het vat zit bij de 34-jarige speler die Chelsea na dit seizoen moet verlaten. Voor het tiende seizoen op rij liet hij in de Premier League meer dan tien treffers noteren. Ongekend voor een middenvelder.

In tegenstelling tot dat andere clubicoon (John Terry) geldt Lampard bovendien als een rolmodel van onbesproken gedrag. Zo iemand gun je een mooi afscheid. Hopelijk begrijpt ook manager Rafael Benitez dat. Na Lampards twee doelpunten tegen Aston Villa zaterdag (2-1 winst) lijkt de coach in elk geval niet om hem heen te kunnen.

2. De vloek van Bela Guttmann

Veel mooiere verhalen zijn er niet in het voetbal, hoe pijnlijk ook voor Benfica. Guttmann is de coach die het grote Benfica in 1961 en 1962 (met vedette Eusebio in dat laatste jaar van de partij) de Europa Cup I bezorgde. Toen de club hem voor die successen niet wilde belonen met een hoger salaris, vertrok de excentrieke Hongaarse trainer. Maar niet voordat hij de woorden uitsprak dat Benfica 'in geen honderd jaar een Europa Cup meer zou winnen'.

En warempel, Benfica speelde daarna nog zes Europese finales die allemaal verloren gingen. Voorafgaand aan de Europa Cup I-finale van 1990 tegen AC Milan vroeg legende Eusebio zelfs bij het graf van Guttmann om een einde te maken aan de vloek. Het hielp niet, Milan won met 1-0. De 71-jarige Eusebio is ondanks een broze gezondheid met Benfica meegereisd naar Amsterdam. Hij wil met eigen ogen zien hoe eindelijk wordt afgerekend met het verleden. Voor hem hoop je dat dat lukt. Want anders houdt zijn hart het niet.

3. Ola John

Misschien is hij wel basisspeler, enkelvoudig Oranje-international John. De vleugelspeler met de guitige lach leek even het zoveelste Nederlandse talent te worden dat te vroeg naar het buitenland vertrok. Maar na een aarzelende start speelde hij zich bij Benfica in de ploeg. John, twintig jaar pas, is nog steeds de publieksspeler die hij bij FC Twente al was, maar dan beter. Zegt hij. We gaan het zien. Hopelijk heeft hij minder last van zenuwen dan bij zijn vorige duel in de Amsterdam Arena. Dat was zijn matige Oranje-debuut in februari tegen Italië (1-1).

4. Björn Kuipers

Zeiken op scheidsrechters is onze tweede natuur. Dat is triest en bovendien meestal onterecht. Zeker nu Nederland weer een internationale toparbiter heeft, is juist trots op zijn plaats. Supermarkteigenaar Kuipers uit Oldenzaal heeft al prachtige topduels in onder meer de Champions League tot een goed einde gebracht. Deze finale is zijn beloning. Kuipers verdient zelfs steun als hij onverhoopt in de fout gaat. Het topvoetbal is nou eenmaal zoveel sneller geworden dat je scheidsrechters pas weer echt kritisch kunt beoordelen als ze over technische hulpmiddelen beschikken.

5. Fernando Torres

Omdat hij het winnende doelpunt gaat maken. Kan niet missen.