Het was er. Zomaar, ineens, zonder aankondiging of waarschuwing. Er had zich een fobie onder het schedeldak van Bradley Wiggins genesteld: afdalingsbibberitis.

Door Thijs Zonneveld

Het was alsof er een knopje in zijn hoofd was omgezet. Het ene moment gleed hij, cool als hij was, in een zwarte bolide met kogelvrije ramen naar de Giro-zege, het volgende moment daalde hij af als een omaatje in een mintgroene Nissan Micra. Soms ging hij zo langzaam dat hij werd ingehaald door de kilometerpaaltjes langs de kant van de weg.

Ach Bradley, arme jongen toch. Met de billen samengeknepen en zeven kleuren in zijn koersbroek kruipt hij in deze Giro van iedere berg naar beneden. Zijn handen trillen, zijn tanden klapperen en het angstzweet loopt in stroompjes over zijn rug. Hij hoeft maar een viaduct af te rijden of hij moet lossen uit het peloton; zodra hij in de verte ook maar iets ziet dat op een bocht lijkt gooit hij de ankers uit. Onderaan iedere afdaling zijn de remmen van zijn Nissan Micra zo heet dat je er een eitje op kan bakken.

Daalangst is zoiets als faalangst, maar dan erger. Nou ja, voor een wielrenner dan. Een wielrenner die niet durft te dalen, dat is als een zwemmer die niet dieper dan het kinderbadje durft te poedelen, als een hardloper met hijgangst of een brandweerman die vuur heel eng vindt. Wielrennen & daalangst, dat is een combinatie uit de categorie Ajax & Ivan Gabrich. Dat gaat niet. Dat lukt niet. Dat slaat als een tang op een varken.

Wiggins is niet de enige wielrenner met angst. David Moncoutié daalde ook af met een ei in zijn broek, Remmert (dat is ook geen naam voor een wielrenner) Wielinga was te bang om in een peloton te fietsen en Angel Gomez Marchante stapte tijdens de Tour bovenop een berg huilend in een ploegleiderswagen omdat hij niet meer naar beneden durfde.

Blinde paniek

Bij Wiggins' ploeg is inmiddels blinde paniek uitgebroken: alles wordt uit de kast gehaald om de fobie uit het hoofd van de kopman te halen. Bradleys ploegleider gilt, schreeuwt en tiert tegen hem, zijn knechten spreken hem moed in, zijn vrouw fluistert 's avonds urenlang lieve woordjes tegen hem en zijn mental coach organiseert meditatiesessies met aromatherapieën en oud-Tibetaanse klankschalen - maar niets helpt.

Want het ergste van daalangst is dat je er nooit meer vanaf komt. Bradley is bang voor iedere afdaling die nog gaat komen - vooral als die er nat bij ligt. En zijn concurrenten zullen hem keer op keer aan zijn fobie herinneren: ze vallen Wiggins aan in iedere afdaling, want in het wielrennen bestaat geen genade. Hij verliest er de Giro door, en straks ook de Tour.

Hij zal op spreekuren en in praatgroepen terechtkomen; hij zal vertrekken op daaltrainingskamp; hij zal zijn daalangst proberen te verzuipen in een oceaan van bier - maar met iedere poging om de fobie de kop in te drukken wordt de angst alleen maar groter.

Je kunt nu eenmaal niet leren om níet te denken aan iets waaraan je niet mag denken. Probeer maar eens ontzettend hard NIET aan een roze olifant te denken als je deze zin leest. Zie je wel, dat kan niet.

Oma Wiggins is gedoemd om tot in lengte van dagen in een mintgroene Nissan Micra te rijden.