Het leven van een Formule 1-coureur is hectisch. ''Je wordt geleefd'', zegt Giedo van der Garde, de Nederlandse autocoureur die inmiddels twee races heeft ervaren in de koningsklasse van de autosport. ''Soms is het zelfs een gekkenhuis.''

Zoals bij de laatste grand prix in Maleisië, de thuisbasis van zijn renstal Caterham. ''Na de tweede vrije training moest ik nog even de koning van Maleisië ontmoeten. Onder escorte van motoren reed ik naar het paleis om die man een hand te geven. Daarna nog naar een bastketbalwedstrijd geweest. Onze teameigenaar Tony Fernandes bezit namelijk ook nog een basketbalclub.''

Van der Garde kon een weekje bijtanken in Amsterdam, maar zit inmiddels al weer in Shanghai voor de komende Grand Prix van China. ''Het is even wennen, maar je leert er snel mee omgaan. Ik laat het gewoon op me afkomen.''

Bovenal is het ''ontzettend gaaf'' om deel uit te maken van de Formule 1. ''Mijn eerste race in Melbourne; ik voelde me trots om daar op de startgrid te staan. Maar ik was niet helemaal bij de les. In de GP2 stond ik meestal vooraan en dan keek ik rustig in mijn spiegels naar de anderen die achteraan sloten in de rij. Nu stond ik zelf achteraan en schrok ik toen de lichten op groen sprongen. Ik was veel te laat met mijn reactie.''

Blauwe vlaggen

Waar Van der Garde ook aan moest wennen waren de blauwe vlaggen. Die krijgen de coureurs die achterin rijden te zien als een snelle jongen eraan komt om ze op een ronde te zetten.

''Dat is minder leuk. Het kost ook tijd als je opzij moet om een andere coureur voorbij te laten gaan. Ik zag in Melbourne 24 blauwe vlaggen, twee keer zoveel als mijn teamgenoot Charles Pic. Gelukkig waren het er in Maleisië al weer minder.''

Zoals veel teams, heeft ook Caterham problemen met de banden. ''Iedereen heeft zijn eigen rijstijl en techniek en ik heb altijd zuinig op mijn banden kunnen rijden, maar in de Formule 1 is dat een ander verhaal. Ik kwam op Sepang gewoon niet vooruit op de medium compound'', aldus Van der Garde.

''We zijn pas bij leverancier Pirelli geweest om meer te weten te komen over de geheimen van het rubber. Je wilt zoveel mogelijk te weten komen over de slijtage, temperatuur en bandenspanning, maar ze geven niet alles weg. Wij moeten grotendeels zelf uitvogelen hoe we het beste kunnen presteren op de banden die zij ons aanbieden. Dat is moeilijk, maar het hoort bij het leerproces.''

Al met al is Van der Garde tevreden met zijn tot nog toe behaalde resultaten. ''Ik heb er toch het maximale uitgehaald.''