Ajax heeft zondag geen steek laten vallen in de titelrace. De Amsterdammers wonnen in de Arena met 4-0 van Heracles Almelo.

Al na dertien minuten kwam de thuisploeg op voorsprong. Op aangeven van Kolbeinn Sigthorsson sloeg Lasse Schöne toe. Vlak na rust maakte Sigthorsson er 2-0 van en via invaller Ryan Babel werd het in de 75e minuut 3-0. Christian Eriksen bepaalde met een fraai schot de eindstand.

Ajax speelde de laatste veertig minuten in ondertal door een rode kaart van Kenneth Vermeer. De doelman haalde de doorgebroken Geoffrey Castillion onderuit.

Coach Frank de Boer van de Amsterdammers besloot om Viktor Fischer te vervangen om zo Jasper Cillessen in te kunnen brengen.

Slordig

Ajax sprong aanvankelijk slordig om met de vele mogelijkheden. Sigthorsson mocht al na zeven minuten alleen richting doelman Remko Pasveer dribbelen.

De spits had beide hoeken van het doel voor het uitkiezen, maar miste hopeloos. Hij revancheerde zich zes minuten later enigszins toen hij aardig combineerde met Schöne. De Deen kende op zijn beurt weinig moeite om Pasveer te passeren (1-0).

Nog voor rust verzuimden Fischer en Eriksen de wedstrijd voortijdig te beslissen. Ajax liet de tegenstander in leven en werd daar even voor rust bijna voor bestraft. Toby Alderweireld kon maar net voorkomen dat Castillion profiteerde van een foutje van Schöne.

Castillion, door Ajax verhuurd aan Heracles, was even na rust opnieuw heel dichtbij de gelijkmaker toen hij alleen op Vermeer mocht aflopen. De keeper van Ajax vloerde de spits en mocht meteen vertrekken.

Tien man

Met Cillessen onder de lat en een veldspeler minder had Sigthorsson nog geen twee minuten nodig voor de 2-0. Babel en Eriksen bezorgden de aanhang van de thuisclub vervolgens toch nog een aangename middag.

Eerder in het weekeinde wonnen Feyenoord, Vitesse en PSV al. Komend weekeinde staan PSV en Ajax tegenover elkaar in Eindhoven.

Ajax heeft na 29 speelrondes 63 punten verzameld, drie meer dan PSV en Vitesse. Feyenoord heeft 59 punten.