Het onderzoek waarmee Erik Dekker in 1999 werd vrijgepleit van doping hoort volgens de hematoloog die de renner destijds vrijsprak in de prullenbak.

Dat zegt de inmiddels gepensioneerde Jo Marx dinsdag in de Volkskrant.

''Wetenschappelijk stelde dit onderzoek niets voor. Dit was helemaal geen wetenschappelijk onderzoek. Dit was een heel toegepast onderzoek met zeer gebrekkige middelen."

"Werk dat in de prullenbak hoort. In mijn vakgebied geldt de regel: als je iets niet kunt publiceren bestaat het niet. Dit onderzoek bestaat dus niet.''

Bij Dekker werd destijds vlak voor de WK in Verona een hematocriet van 0,52 vastgesteld, terwijl de grens op 0,50 lag. Een te hoge hematocrietwaarde kan duiden op epogebruik.

Stuwbandje

De commissie Marx sprak Dekker vrij omdat de dopingcontroleur bij het bloed prikken het stuwbandje te lang om de arm van de renner zou hebben laten zitten. Dat zou de te hoge waarde heb veroorzaakt.

Achteraf was het volgens Marx te stellig om te concluderen dat Dekker geen dope had gebruikt. ''Juridisch correct was dat we epogebruik niet konden aantonen.''

Dinsdagmiddag worden de resultaten bekendgemaakt van het onderzoek van de Nederlandse wielerploegen, waarbij aan alle werknemers is gevraagd of ze verboden middelen hebben gebruikt.

Dekker, momenteel ploegleider van Blanco Pro Cycling, reed jarenlang voor Rabobank. Verschillende renners van die ploeg, onder wie Michael Boogerd en Michael Rasmussen, bekenden de voorbije maanden doping te hebben gebruikt.